Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[geopposeerde sub 1] ,
[geopposeerde sub 2],
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 7 september 2020,
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten op 30 september 2019 een koopovereenkomst voor een woning tegen een koopsom van €175.000,-. Verkoper ([opposant]) stelde dat naast deze koopprijs een extra bedrag van €50.000,- contant was afgesproken, wat door koper ([geopposeerde sub 1]) werd betwist. Verkoper kon deze aanvullende afspraak niet aannemelijk maken.
De overdracht van de woning kon niet plaatsvinden omdat verkoper niet verscheen bij de notaris en niet meewerkte aan de overdracht en de overwaardeverklaring ten behoeve van het OM. Koper startte een kort geding, waarin verkoper werd veroordeeld tot medewerking aan de overdracht en betaling van een boete bij niet-nakoming. Verkoper stelde verzet in tegen dit vonnis.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld, maar dat verkoper onvoldoende bewijs had geleverd voor de stelling van een extra contante betaling. De koopovereenkomst en het taxatierapport spraken dit tegen. Ook was het verzet niet geschikt voor behandeling buiten kort geding. Daarom werd het verzet afgewezen en het verstekvonnis bekrachtigd.
Verkoper werd veroordeeld in de kosten van de procedure. De uitspraak bevestigt dat een niet onderbouwde stelling van aanvullende afspraken niet leidt tot nietigheid van de koopovereenkomst wegens strijd met goede zeden.
Uitkomst: Het verzet van verkoper tegen het verstekvonnis tot medewerking aan overdracht woning wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs voor aanvullende contante afspraak.