De huurder [betrokkene] huurt sinds 2013 een flatwoning van Rentree. Sinds 2018 is er sprake van ernstige en aanhoudende overlast, waaronder luidruchtig en agressief gedrag, stankoverlast en ongedierte door vuilnis op het balkon. Diverse instanties en hulpverleners hebben geprobeerd de situatie te verbeteren, maar zonder succes.
[betrokkene] en haar partner verblijven momenteel in voorlopige hechtenis vanwege een gewapende overval, en de woning wordt niet bewoond. De bewindvoerder erkent de huurachterstand van drie maanden en heeft geen verweer tegen ontruiming, maar verzoekt om uitstel tot na de detentie om spullen te kunnen halen.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst de ontbinding rechtvaardigen en wijst de ontruimingsvordering toe met een termijn van veertien dagen na betekening. Een verlenging wordt afgewezen vanwege onzekerheid over het detentietermijn en het feit dat derden de spullen kunnen beheren. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.