ECLI:NL:RBOVE:2020:3439

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
31 juli 2020
Publicatiedatum
19 oktober 2020
Zaaknummer
8630871 \ CV EXPL 20-2814
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming gehuurd pand wegens huurachterstand en langdurige overlast toegewezen

De huurder [betrokkene] huurt sinds 2013 een flatwoning van Rentree. Sinds 2018 is er sprake van ernstige en aanhoudende overlast, waaronder luidruchtig en agressief gedrag, stankoverlast en ongedierte door vuilnis op het balkon. Diverse instanties en hulpverleners hebben geprobeerd de situatie te verbeteren, maar zonder succes.

[betrokkene] en haar partner verblijven momenteel in voorlopige hechtenis vanwege een gewapende overval, en de woning wordt niet bewoond. De bewindvoerder erkent de huurachterstand van drie maanden en heeft geen verweer tegen ontruiming, maar verzoekt om uitstel tot na de detentie om spullen te kunnen halen.

De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst de ontbinding rechtvaardigen en wijst de ontruimingsvordering toe met een termijn van veertien dagen na betekening. Een verlenging wordt afgewezen vanwege onzekerheid over het detentietermijn en het feit dat derden de spullen kunnen beheren. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De bewindvoerder is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening wegens huurachterstand en ernstige overlast.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 8630871 \ CV EXPL 20-2814
Vonnis in kort geding van 31 juli 2020
in de zaak van
de stichting
WOONSTICHTING RENTREE,
gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,
eisende partij, hierna te noemen Rentree,
gemachtigde: mr. M.H. Andreae,
tegen
de besloten vennootschap
DE FINANCIËLE HULPVERLENER B.V., IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [betrokkene],
gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,
gedaagde partij, hierna te noemen de bewindvoerder,
verschenen in persoon van haar bestuurder de heer [A] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van Rentree met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

Wat is er aan de hand?

2.1.
[betrokkene] huurt sinds 1 maart 2013 van Rentree de flatwoning gelegen aan het [adres] te [plaats] . In de Algemene huurvoorwaarden Rentree d.d. 1 september 2010 die deel uitmaken van de huurovereenkomst tussen Rentree en [betrokkene] is onder meer bepaald dat de huurder geen overlast of hinder mag veroorzaken voor omwonenden, en geen afval of vuilnis naar buiten mag werpen of in algemene ruimten mag deponeren.
2.2.
Bij beschikking van 31 maart 2020 van de rechtbank zijn wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] onder bewind gesteld van de bewindvoerder.
2.3.
[betrokkene] verblijft momenteel niet in de woning. [betrokkene] en haar partner bevinden zich in voorlopige hechtenis naar aanleiding van een gewapende overval in een woning elders in [plaats] .
2.4.
Rentree vordert – samengevat – ontruiming van het gehuurde, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, met veroordeling van de bewindvoerder in de proces- en nakosten. Rentree legt aan haar vordering ten grondslag dat [betrokkene] zich niet als een goed huurder gedraagt en daarmee tekortschiet in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Rentree voert hiervoor aan dat er sinds 2013 sprake is van aanhoudende overlast die vanaf 2018 steeds extremer is geworden, door gedragingen van [betrokkene] en haar partner. Het betreft luidruchtig en agressief gedrag, ook jegens omwonenden, die zich daardoor bedreigd voelen, alsmede stankoverlast en overlast van ongedierte door vuilnis en afgedankte spullen die op het balkon worden gezet of naar beneden worden gegooid. De inschakeling van de buurtcoach, Pactum, Arcare, Humanitas, buurtbemiddeling, Meldpunt Bijzondere Zorg/ Bijzonder Zorgteam, alsmede het verstrekken van financiële ondersteuning door BAD, de onderbewindstelling en de jarenlange inzet van medewerkers van Rentree, heeft niet geleid tot beëindiging van de overlastsituatie. Buurtbewoners zijn ten einde raad. Spoedige ontruiming van de woning is nog de enige manier om de extreme woonoverlast te stoppen, omdat daarmee wordt voorkomen dat [betrokkene] en haar partner kunnen terugkeren naar de woning als de voorlopige detentie mocht worden opgeheven, aldus Rentree.
2.5.
De bewindvoerder heeft verklaard dat [betrokkene] de woning graag wil behouden, maar ook dat hij geen verweer heeft dat kan leiden tot voorkoming van de ontruiming van de woning. Als al niet ontruimd gaat worden in verband met het gedrag van [betrokkene] en haar partner, aldus de bewindvoerder, dan is ontruiming wegens het niet betalen van huur onontkoombaar. Volgens de bewindvoerder is er inmiddels een huurachterstand van drie maanden die niet kan worden ingelopen en ook de komende huurtermijnen zullen niet kunnen worden voldaan, omdat [betrokkene] als gevolg van haar detentie geen inkomen meer heeft. De bewindvoerder komt wel op tegen de gevorderde ontruimingstermijn. Die moet in de visie van de bewindvoerder worden verlengd tot twee weken na het einde van de detentie. [betrokkene] en haar partner kunnen dan zelf de spullen uit de woning halen die zij nodig zullen hebben in een vervangende woning, nu zij geen geld hebben om spullen te kopen, aldus de bewindvoerder.
Hoe oordeelt de kantonrechter?
2.6.
Het spoedeisend belang bij de vordering volgt genoegzaam uit de stellingen van Rentree. Weliswaar wordt de woning momenteel niet bewoond, zodat van overlast door gedrag geen sprake is, maar bij gebreke van nadere informatie over de strafzaak valt op voorhand niet uit te sluiten dat [betrokkene] en haar partner op korte termijn daarin terugkeren.
2.7.
De verweten gedragingen van [betrokkene] en haar partner zijn ernstig en niet weersproken. Uitzicht op verbetering van de situatie als [betrokkene] en haar partner uit detentie terugkeren naar de woning ontbreekt. Daarnaast is er inmiddels sprake van een huurachterstand van drie maanden die alleen maar verder zal oplopen. Daarom is aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de tekortkoming van [betrokkene] in de nakoming van de huurovereenkomst de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De ontruimingsvordering zal om die reden worden toegewezen, met inbegrip van de gevorderde ontruimingstermijn. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor verlenging van deze termijn tot na beëindiging van de detentie van [betrokkene] en haar partner, nu volstrekt ongewis is wanneer hun detentie zal eindigen. Daarnaast is tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding gebleken dat er contact is tussen Rentree en bekenden van [betrokkene] en haar partner die zich over de spullen in de woning zouden kunnen ontfermen. [betrokkene] en haar partner hoeven daarom niet per se betrokken te zijn bij de feitelijke ontruiming.
2.8.
De bewindvoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het [adres] te [plaats] te ontruimen en te verlaten met al degenen die zich daar vanwege [betrokkene] bevinden en al hetgeen zich daarin vanwege [betrokkene] bevindt, alsmede het gehuurde, onder afgifte van alle sleutels van het gehuurde, geheel ter vrije beschikking van Rentree te stellen,
3.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Rentree begroot op:
- dagvaarding € 87,99
- griffierecht 124,00
- salaris gemachtigde 480,00
- nakosten
120,00(0,5 punt x tarief met een maximum van € 120,00)
totaal € 811,99;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koene, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2020.