Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
WONINGSTICHTING ST. JOSEPH,
gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats] ,
1.[naam bewindvoerder] ,
[gedaagde ],
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Woningstichting St. Joseph vordert in kort geding de ontruiming van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd en waarbij zij onder bewind staat. De stichting baseert haar vordering op ernstige overlastmeldingen vanuit de buurt, die de veiligheid van omwonenden en de huurder zelf in gevaar brengen. Pogingen om de situatie te verbeteren zijn niet geslaagd, waardoor de stichting de ontruiming noodzakelijk acht.
De bewindvoerder, formeel aangesproken als procespartij, voert geen verweer. [gedaagde] erkent dat er tot 13 augustus 2020 sprake was van serieuze overlast, maar stelt dat daarna slechts één incident heeft plaatsgevonden. Zij toont bereidheid mee te werken aan beëindiging van de huurovereenkomst en verzoekt om vier weken om andere woonruimte te vinden.
De kantonrechter stelt vast dat er geen verzet is tegen de ontruiming en bepaalt dat een termijn van twee weken na betekening van het vonnis redelijk is, mede omdat [gedaagde] contact heeft met een mogelijke verhuurder. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De vordering wordt toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis.