Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het feit dat [medeverdachte 2] in de nacht van 30 op 31 oktober 2018 op zijn telefoon heeft gezocht naar ‘AK47 kopen’ en diverse internetsites heeft bezocht waarop vuurwapens te koop worden aangeboden;
- het feit dat [medeverdachte 2] en [verdachte] veelvuldig contact met elkaar hadden in de periode dat [medeverdachte 2] op zoek was naar een vuurwapen (zes keer in de periode van 2 tot en met
- het feit dat [verdachte] binnen 5 minuten na het gesprek met [medeverdachte 2] op 3 november 2018 contact heeft opgenomen met [naam 1] (hierna: [naam 1] ) om te vragen of hij iemand weet die een automatisch vuurwapen verkoopt;
- het feit dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in elk geval op 7 november 2018 in het bezit zijn geweest van twee vuurwapens;
- het feit dat [medeverdachte 2] op 13 november 2018 vrijwel meteen na de viervoudige moord, contact heeft gezocht met [verdachte] , dat [verdachte] kort daarna met de vriendin van [medeverdachte 5] belt en dat [medeverdachte 2] vervolgens met zijn vader [medeverdachte 1] en zijn toenmalige vriendin [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is afgereisd naar Brabant, [verdachte] heeft opgehaald in Bavel en vervolgens in het hobby-café van [medeverdachte 4] in St. Willebrord een ontmoeting heeft gehad met [medeverdachte 5] ;
- het afgeluisterde telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en zijn vader [medeverdachte 1] op
- het feit dat [verdachte] tegen de undercover-agenten heeft gezegd dat ze dacht dat [medeverdachte 2] die dingen niet voor zichzelf nodig had en ze “dit” (de liquidatie) niet verwacht had. De verbalisant relateert dat hij uit de context begreep dat [verdachte] met ‘dit’ de liquidatie bedoelde. Volgens de officier van justitie kan dat niet anders worden uitgelegd dan dat de wapens zijn geleverd vóór de dertiende november 2018;
- de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] waaruit kan worden afgeleid dat er sprake was van contact met Serviërs en dat dat contact tot stand gekomen was door [verdachte] , er gesproken is over twee vuurwapens en dat er met één van die vuurwapens iets mis zou zijn en dat daarover gedoe was.
- het verloop van het opsporingstraject;
- de proceshouding van verdachte;
- de mate van druk die in het traject op verdachte is uitgeoefend;
- de mate en wijze van misleiding binnen het traject;
- de bemoeienis van de opsporingsambtenaren met de inhoud van de verklaringen;
- de duur en intensiteit van het traject;
- de strekking en de frequentie van de contacten met verdachte binnen het traject;
- de in het vooruitzicht gestelde consequenties als verdachte wel/niet opheldering geeft over bepaalde zaken.
- de inzet vond plaats in het kader van een onderzoek naar een viervoudige moord;
- er was sprake van een zeer beperkte, eenmalige WOD-inzet, van stelselmatigheid kan niet gesproken worden;
- er was geen sprake van een langdurig traject;
- er was geen sprake van het in het vooruitzicht stellen van positieve of negatieve consequenties;
- er vond slechts één gesprek plaats waarbij aan [verdachte] een aantal vragen is gesteld.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden;