Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen
[naam] B.V., te [plaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Ik ben ven mening dat het plan in zowel stedenbouwkundig alsook architectonisch opzicht niet aansluit bij het karakter en de opzet van het tuinstedelijke ensemble “Het Pathmos”. In stedenbouwkundig opzicht ontstaat er een diffuse situatie zonder een duidelijke definitie van voor- en achterzijden. Hiermee sluit het plan niet aan op de stedenbouwkundige principes die voor het ensemble van Pathmos gelden. Op architectonisch niveau sluit het ontwerp niet aan bij de karakteristieke bebouwing van woningen met kappen.”
“De commissie meent echter dat de Stadsbouwmeester in dit geval met zijn advies het toetsingskader betreffende welstand te buiten is gegaan. Volgens de commissie mag de welstandstoets geen afbreuk doen aan de planologische bouwmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt. De oriëntatie en situering van het bouwplan binnen de door het bestemmingsplan aangegeven bouwvlak valt niet binnen het toetsingskader van welstand. Er is in het bestemmingsplan geregeld wat er precies en op welke wijze gebouwd mag worden. De commissie constateert dat er in het vigerende bestemmingsplan geen beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van de positionering van de bouwblokken binnen het bouwvlak en geen kapbeperkingen of dergelijke. Daarnaast is de commissie van mening dat, zoals ook in bezwaar is aangegeven, het visuele aanzicht van de zijgevels van de woningblokken aan de straatkant (denk daarbij aan de genoemde kap en gevelaanzicht) eveneens een wijziging in het bouwplan zou betreffen van ondergeschikte aard. Ook hiervoor had uw college de aanvrager in de gelegenheid moeten stellen de aanvraag en het bouwplan op dit onderdeel aan te passen.”
Wonenen de functie- aanduiding
detailhandel.Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd en de maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter.