Rajnbow B.V. kocht een woning van [gedaagde 1] c.s. waarbij in de koopovereenkomst was opgenomen dat de woning werd verkocht in de staat waarin deze zich bevond, met zichtbare en onzichtbare gebreken. Na levering constateerde Rajnbow gebreken aan het afzuigkanaal en de WTW-installatie, waarvoor zij [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk stelde en een schadevergoeding vorderde.
De kantonrechter overwoog dat Rajnbow onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld waaruit blijkt dat de gebreken bij levering aanwezig waren en dat deze het normaal gebruik van de woning belemmerden. De woning was twintig jaar oud, waarbij rekening moest worden gehouden met verouderde installaties en slijtage. De afwezigheid van een afzuigmotor was onvoldoende bewezen en de flexibele buis was niet geschikt maar vormde geen ernstig gebrek.
De WTW-installatie functioneerde volgens [gedaagde 1] c.s. naar behoren, was bewust op één stand ingesteld en was verouderd, wat Rajnbow erkende. Gezien de omstandigheden was er geen grond voor toekenning van schadevergoeding. De vordering werd afgewezen en Rajnbow werd veroordeeld in de proceskosten.