Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1] ,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een kort geding tussen een fysiotherapeut en haar voormalige werkgever, een maatschap, over de geldigheid en handhaving van een concurrentiebeding, relatiebeding en geheimhoudingsbeding in haar arbeidsovereenkomst.
De werknemer was sinds 2016/2017 in dienst en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de maatschap, inclusief bedingen die haar beperkingen oplegden na het einde van het dienstverband. Na haar opzegging wilde zij in dienst treden bij een concurrerende praktijk binnen een straal van 15 kilometer, hetgeen volgens de maatschap in strijd is met de bedingen.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de bedingen naar verwachting standhouden in een bodemprocedure. De werknemer wordt niet onredelijk benadeeld door de bedingen gezien de beperkte geografische reikwijdte en de mogelijkheid om buiten die straal ander werk te vinden. Het verzoek tot vergoeding op grond van artikel 7:653 lid 5 BW Pro wordt afgewezen. Ook het geheimhoudingsbeding wordt gehandhaafd, maar de boete wegens vermeende schending wordt voorlopig niet toegewezen.
De rechtbank wijst de vorderingen van de werknemer af en gebiedt haar de bedingen na te komen, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en zij wordt bevolen de bedingen na te komen.