Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- explootkosten € 86,85
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Overijssel
Eind 2016/begin 2017 heeft gedaagde aannemers, waaronder eiseres, uitgenodigd om een offerte uit te brengen voor de verbouwing van zijn schuur. Eiseres heeft een constructeur meegenomen voor de opname ter plaatse. Op 19 juli 2017 stuurde eiseres een rekening van € 974,05 aan gedaagde, die niet betaalde ondanks aanmaningen.
Eiseres vordert betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, stellende dat er een mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen. Gedaagde betwist dit en stelt dat het slechts een vrijblijvende offerte betrof en dat de werkzaamheden niet zijn verricht.
De kantonrechter stelt vast dat de bewijslast bij eiseres ligt en acht het bewijs van de constructeur en de overgelegde constructietekening en rekening voldoende om het bestaan van de mondelinge overeenkomst aan te nemen. Het verweer van gedaagde wordt verworpen, ook omdat het gevorderde bedrag binnen de door eiseres en de constructeur genoemde bandbreedte valt.
De vordering tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf 15 juli 2020 en buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van € 1.295,81 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.