Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(waardoor zij gebukt voor hem kwam te staan) en/of
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
zeer veel waarschijnlijkerdan de stelling dat deze sporen afkomstig zijn van een willekeurige andere, niet in de mannelijke lijn aan verdachte verwante, man.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarenheeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.
[slachtoffer 1] (feit 1): van een bedrag van
€ 5.309,96(zegge: drieënvijftighonderd en negen euro en zesennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2018;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.309,96(zegge: drieënvijftighonderd en negen euro en zesennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 61 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2] (feit 2): van een bedrag van € 1.948,27 (zegge: negentienhonderdachtenveertig euro en zevenentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2019:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.948,27(zegge: negentienhonderdachtenveertig euro en zevenentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 29 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
V: Wie zou dit bij [slachtoffer 1] gedaan hebben?A: Ik weet wel zijn naam: [verdachte] .(…)
(...)
Ik zag dat [verdachte] met zijn rechter hand en met gebalde vuist met volle kracht uithaalde richting het gezicht van [slachtoffer 2] . [verdachte] heeft [slachtoffer 2] één keer geslagen. Vervolgens hoorde ik [verdachte] zeggen: "Dat verdiende hij".(...)
(...)A: Ik was er bij, dat het gebeurde. Ik heb het ook gezien. [slachtoffer 2] stond voor [naam 2] . Ik stond naast hem op misschien maar 2 meter afstand. Ik zag toen, dat er 2 jongens uit het steegje kwamen. Een van die jongens gaf [slachtoffer 2] een klap. Deze jongen sloeg direct.V: Wie was die jongen die [slachtoffer 2] sloeg?A: Ik wil liever de naam van die jongen niet noemen. Maar ik begrijp, dat ik niet een anonieme verklaring kan afleggen. Die jongen, die [slachtoffer 2] sloeg, is [verdachte] .(...)
(…)Beoordeling letsel:
herstel: M.b.t. tandletsel/ Onduidelijk of volledig herstel zal optreden. Bij dergelijk gebitsletsel bestaat er grote kans dat de tanden alsnog afsterven door wortelbeschadiging, waardoor ingrepen zoals wortelkanaalbehandeling, plaatsen van stifttanden of kronen en dergelijke nodig kunnen zijn. Dit kan pas na vele maanden beoordeeld worden. Mocht dit wel het geval zijn dan is er sprake van BLIJVEND letsel.
M.b.t. kaakbreuk/ naar verwachting restloos herstel in ongeveer 6 weken.
Blijvend letsel: Zie hierboven: daar is op dit moment nog geen uitspraak over te doen.(…)