Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. C.V. van Overbeeke en van wat door verdachte en diens raadsman mr. B. Korvemaker, advocaat te Leeuwarden, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
-evaluatie (hierna: RI&E) heeft laten uitvoeren, waarin staat beschreven dat in het bedrijf geen apparaten, systemen en leidingen onder druk worden beproefd op dichtheid en sterkte. [13] De rechtbank acht het, mede gezien de omstandigheid dat al vanaf 2015 regelmatig aandrijvingen bij verdachte werden getest, onbegrijpelijk dat dit niet in de RI&E is opgenomen. Verdachte heeft ter zitting erkend dat dit achteraf gezien wel had moeten gebeuren. [14] Nu de specifieke risico’s niet schriftelijk in een inventarisatie en evaluatie zijn vastgelegd, kan dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend worden bewezen.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
Voor wat betreft de strafoplegging overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank realiseert zich dat door verdachtes handelen aan de nabestaanden onherstelbaar leed is toegebracht, en dat een strafoplegging, in welke vorm of omvang dan ook, dit leed niet ongedaan zal kunnen maken. Ook de werknemers van verdachte ondervinden nog steeds (psychische) problemen als gevolg van het ongeval.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
geldboetevan
€ 30.000,- (zegge: dertigduizend euro).