ECLI:NL:RBOVE:2020:4330

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
15 december 2020
Publicatiedatum
16 december 2020
Zaaknummer
8628373 \ EJ VERZ 20-225
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 RvArt. 162 Boek 6 BWArt. 37 Boek 5 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering klimtoestel wegens onrechtmatige privacyschending door gemeente

De zaak betreft een geschil tussen een omwonende en de gemeente over de plaatsing van een hoog klimtoestel in een openbaar plantsoen nabij het appartement van eiseres. Eiseres ervaart hinder doordat kinderen op het klimtoestel direct in haar appartement kunnen kijken, wat zij als een ernstige privacyschending beschouwt. De gemeente heeft het toestel geplaatst na een uitgebreide inspraakprocedure en stelt dat geen vergunning vereist was en bezwaar niet mogelijk is.

De kantonrechter heeft de situatie ter plaatse bezichtigd en vastgesteld dat het klimtoestel op geringe afstand staat en kinderen vanaf het toestel zicht hebben op de zithoek en eethoek van eiseres, wat een gevoel van inkijk veroorzaakt. Hoewel de gemeente de privacyschending niet ontkent, stelt zij dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen en het klimtoestel een ontmoetingsplek voor de jeugd moet zijn.

De rechter oordeelt dat de hinder die het klimtoestel veroorzaakt onrechtmatig is op grond van artikel 162 Boek Pro 6 en artikel 37 Boek Pro 5 BW, omdat de privacyschending niet wordt gerechtvaardigd door het publieke belang en er alternatieven mogelijk zijn. De zorgvuldige bestuursrechtelijke procedure sluit civielrechtelijke onrechtmatigheid niet uit. De mogelijke waardevermindering van het appartement blijft buiten beschouwing wegens gebrek aan bewijs.

De kantonrechter beveelt de gemeente om het klimtoestel te verwijderen en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Er is geen hoger beroep mogelijk in deze procedure volgens artikel 96 Rv Pro.

Uitkomst: De gemeente moet het klimtoestel verwijderen vanwege onrechtmatige privacyschending.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 8628373 \ EJ VERZ 20-225
Vonnis van 15 december 2020
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
in persoon,
en
de gemeente
GEMEENTE STEENWIJKERLAND,
gevestigd en kantoorhoudende te Steenwijk,
vertegenwoordigd door [A] en [B] .
Partijen worden in het vervolg aangeduid als “ [eiseres] ” en “de gemeente”.

1.De procedure

1.1.
[eiseres] heeft het geschil aangemeld bij de Overijsselse Overlegrechter, door middel van een aanmeldformulier. De procedure bij de Overijsselse Overlegrechter is een vorm van rechtspraak als bedoeld in artikel 96 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De gemeente heeft ermee ingestemd om in deze zaak de beslissing van de kantonrechter in te roepen. Partijen zijn het erover eens dat tegen deze beslissing geen hoger beroep open staat.
1.2.
Het geschil is op 27 oktober 2020 door de kantonrechter behandeld. De kantonrechter is eerst ter plaatse geweest, voor een bezichtiging van de situatie ter plaatse. De zaak is vervolgens mondeling behandeld in één van de lokaliteiten binnen de gemeente Steenwijkerland.
1.1.
Partijen hadden in het kader van mediation al met elkaar gesproken over mogelijke oplossingen. Dat is niet gelukt. Partijen hebben de kantonrechter daarom nu gevraagd vonnis te wijzen.

2.De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.
De gemeente heeft een klimtoestel geplaatst in een openbaar plantsoen aan de [straatnaam] te [plaats] . Alvorens daartoe over te gaan heeft de gemeente een uitgebreide inspraakprocedure gevolgd met betrekking tot – onder meer – de (her-)inrichting van het plantsoen en de keuze van de speeltoestellen. [eiseres] woont in een (koop-)appartement aan de [straatnaam] met uitzicht op het plantsoen. [eiseres] wil dat het klimtoestel daar weg gaat.
[eiseres] wil dat het klimtoestel wordt verplaatst
2.2.
[eiseres] is op zich positief over de herinrichting van de [straatnaam] en het desbetreffende plantsoen. Maar [eiseres] was onaangenaam verrast toen zij op een dag in maart 2019 thuis kwam en zag dat de schommel, die voor haar appartement stond, weg was en dat op dezelfde plaats een klimtoestel was geplaatst. [eiseres] zegt dat zij niet vooraf bezwaar heeft kunnen maken, omdat zij niet kon weten dat dat klimtoestel op die plaats zou komen. Zij ondervindt nu hinder van het klimtoestel, omdat de kinderen recht in haar appartement kunnen kijken, als zij er bovenop zitten; ze kunnen dan zowel in haar zithoek als in haar eethoek kijken. Zij ervaart dit als een inbreuk op haar privacy. Zij is bovendien bang dat de aanwezigheid van het klimtoestel de waarde van haar appartement vermindert.
De gemeente vindt dat ze zorgvuldig te werk is gegaan, en rekening heeft gehouden met de inspraak van omwonenden
2.3.
De gemeente benadrukt dat voor het plaatsen van het klimtoestel geen vergunning nodig is en dat er dus geen mogelijkheid bestaat om hiertegen bezwaar en/of beroep aan te tekenen. De gemeente heeft uitgebreid toegelicht wat er aan de plaatsing van het klimtoestel vooraf is gegaan. Het doel was om het gebied zo in te richten dat het een ontmoetingsplek voor jong en oud zou worden. Er is een werkgroep opgericht, waarin alle omwonenden (de laagbouw, de huurappartementen en de koopappartementen), de wijkvereniging en de gemeente waren vertegenwoordigd. Daarin zijn allerlei alternatieven besproken. Op enig moment kreeg “de laagbouw” het mandaat om speeltoestellen te kiezen. Er is daarbij ook gezocht naar een uitdagend toestel voor de wat oudere jeugd. De keuze viel op het onderhavige klimtoestel. Omdat “de laagbouw” een mandaat had, hoefde ze die keuze niet terug te koppelen. Op de ontwerptekeningen konden de plaatsen van de speeltoestellen niet definitief worden ingetekend, omdat dat mede afhankelijk was van de voorzieningen in de grond, zoals bijvoorbeeld kolken, en van de veiligheidsvoorschriften van de speeltoestellen. Zo kon het gebeuren dat [eiseres] niet op de hoogte was van de precieze plaats van het klimtoestel.
Het klimtoestel moet weg
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat het klimtoestel weg moet, omdat het onrechtmatige hinder voor [eiseres] oplevert, doordat het een onevenredige inbreuk op de privacy van [eiseres] veroorzaakt. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
2.4.1.
De kantonrechter heeft ter plaatse gekeken en gezien dat het om een betrekkelijk hoog klimtoestel gaat, waar de kinderen bovenop kunnen zitten, op een horizontaal raster van touwen/kabels. Die bovenkant van het klimtoestel komt ongeveer ter hoogte van de bovenkant van balustrade van het balkon van [eiseres] . Het klimtoestel staat bovendien op betrekkelijk geringe afstand vanaf het appartement van [eiseres] . De kantonrechter heeft vanuit het appartement van [eiseres] kunnen zien, dat het lijkt alsof de bovenkant van het klimtoestel als het ware een verlengd stuk van het balkon vormt. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat, als er kinderen op het klimtoestel zitten, het imponeert alsof die kinderen op (een verlengd deel van) het balkon van [eiseres] zitten en dat [eiseres] daardoor het onwelgevallige gevoel van inkijk krijgt. Het levert voor [eiseres] een schending van haar privacy op. Overigens is van de zijde van de gemeente ook niet weersproken dat er van (een bepaalde mate van) privacyschending sprake is.
2.5.
Het klimtoestel levert hinder op als bedoeld in artikel 37 van Pro Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat is niet toegestaan. In dat artikel 37 is Pro namelijk bepaald:
De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Pro Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaar van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.De kantonrechter is van oordeel dat de gemeente als eigenaar van de grond van het plantsoen hinder toebrengt aan [eiseres] door op betrekkelijk geringe afstand dit klimtoestel te hebben staan, dat voor [eiseres] schendingen van haar privacy aantrekt en in de hand werkt. Die hinder is bovendien onrechtmatig, omdat de persoonlijke levenssfeer in ons recht zekere bescherming geniet en de inbreuk die daarop in dit geval wordt gemaakt onvoldoende zwaarwegend is om de privacyschending te kunnen rechtvaardigen. Er zijn immers alternatieven denkbaar, waarbij van privacyschending geen sprake is, of niet in dezelfde mate. Zo kan het klimtoestel op een andere plaats worden gezet, kan er op dezelfde plaats een ander speeltoestel worden geplaatst, of kan er op een andere manier in het vertier van de jeugd worden voorzien.
2.6.
De kantonrechter geeft de gemeente na, dat zij voor de inrichting van het plantsoen en de plaatsing van de speeltoestellen een zeer zorgvuldige besluitvormingsprocedure heeft gevolgd, waarin zij de inspraak van haar burgers ten volle tot z’n recht heeft laten komen. Maar de zorgvuldigheid van de (bestuursrechtelijke) besluitvormingsprocedure neemt niet weg dat er in de civielrechtelijke verhoudingen een onachtzaamheid is ingeslopen. Als de bestuursrechtelijk besluitvormingsprocedure tot resultaat heeft dat er civielrechtelijke rechten worden geschonden, dan kan dat – in z’n algemeenheid – om die reden toch niet door de beugel.
2.7.
De kantonrechter laat eventuele waardevermindering van het appartement van [eiseres] buiten beschouwing, omdat zij geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat de waarde van het appartement daadwerkelijk is gedaald als gevolg van het klimtoestel. Daar zou de kantonrechter nog wel naar kunnen vragen, maar omdat de kantonrechter van oordeel is dat het klimtoestel vanwege de privacyschending toch al zal moeten worden verwijderd, ziet hij daarvan af.
2.8.
[eiseres] wordt dus in het gelijk gesteld. Vanwege de aard van de procedure zal de kantonrechter bepalen dat de kosten van de procedure worden gecompenseerd. Dat wil zeggen dat partijen ieder hun eigen kosten moeten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat de gemeente het klimtoestel aan de [straatnaam] te [plaats] moet verwijderen;
3.2.
bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2020