Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening
in de zaak tussen
[verzoeker] verzoeker,
de burgemeester van Twenterand, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een gebiedsverbod dat hem door de burgemeester van Twenterand is opgelegd voor de duur van acht weken. Dit verbod verbiedt verzoeker zich te bevinden in of nabij de woning van zijn vriendin en binnen een afgebakend gebied in Vriezenveen. Het verbod is opgelegd vanwege een ernstige verstoring van de openbare orde veroorzaakt door verzoeker in september 2020.
De voorzieningenrechter overweegt dat het gebiedsverbod gebaseerd is op artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, dat de burgemeester een ruime beoordelingsvrijheid geeft bij het handhaven van de openbare orde. Uit rapporten van de politie en een sociaal consulent blijkt dat het incident traumatische gevolgen heeft gehad voor omwonenden, die nog steeds angst en onveiligheid ervaren.
Verzoeker stelde dat het besluit onrechtmatig is omdat hij geen zienswijze kon geven, het OM al een gedragsaanwijzing had opgelegd en het besluit niet proportioneel zou zijn. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren en oordeelde dat het gebiedsverbod noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De rechter acht het belang van de omwonenden en het herstellen van de openbare orde zwaarder dan het belang van verzoeker, die niet in het gebied woont.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen.