Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van de raadsman en de officier van justitie
3.De ontvankelijkheid
4.De beslissing
niet-ontvankelijkin het bezwaarschrift
.
Rechtbank Overijssel
De veroordeelde was veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk, met de bepaling dat bij niet-naleving vervangende hechtenis zou volgen. Nadat de veroordeelde 27 uren van de taakstraf niet had verricht, werd deze omgezet in 14 dagen vervangende hechtenis. De veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen deze omzetting, stellende dat hij niet naar de zitting was aangevoerd en zijn aanwezigheidsrecht wilde uitoefenen.
Tijdens de zitting op 19 februari 2020 werden de standpunten van de raadsman en officier van justitie gehoord. De raadsman verzocht om aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift, terwijl de officier van justitie hiertegen geen bezwaar had.
De politierechter oordeelde echter dat de veroordeelde geen redelijk belang had bij voortzetting van het bezwaarschrift, aangezien de vervangende hechtenis op 20 februari 2020 al volledig was uitgevoerd. Hierdoor was er geen taakstraf meer te verrichten en kon het bezwaarschrift niet ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis.