Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- het e-mailbericht van mr. Mampel van 23 september 2020 met producties.
2.De feiten
12-03-2014: sedert één week klachten van de linkerschouder. (…)
16-07-2014: polsklachten. (…)
29-04-2014: er is contact geweest naar aanleiding van een scooterongeval.
3.Het geschil
[verzoeker], kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Wanneer partijen gezamenlijk besluiten om een orthopedisch expertiseonderzoek te laten plaatsvinden en zij overeenstemming hebben bereikt over de persoon van de expert en de aan deze te richten vragen, zijn zij in beginsel gebonden zijn aan de uitkomst van het onderzoek. Dit is alleen dan anders, indien (hier) ASR aantoont dat er zwaarwegende en steekhoudende bezwaren bestaan om aan het onderzoeksrapport geen beslissende betekenis toe te kennen. Van dergelijke zwaarwegende en steekhoudende bezwaren is sprake wanneer het rapport niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen van onpartijdigheid, consistentie, inzichtelijkheid en logica.
4.De beoordeling
- in het huisartsenjournaal van [verzoeker] worden vanaf maart 2012 (het jaar vóór het scooterongeval van 2013) regelmatig schouderklachten beschreven (meer dan tienmaal);
- in mei 2012 is [verzoeker] betrokken geraakt bij een scooterongeval;
- op de spoedeisende hulp na het ongeval van 14 oktober 2013 is slechts melding gemaakt van pijn aan de rechterpols en knieën;
- [verzoeker] klaagde pas op 12 maart 2014 (een half jaar na het ongeval van 2013) voor het eerst -na het ongeval- over schouderklachten, die op dat moment pas één week bestonden;
- [verzoeker] was voor het ongeval werkzaam bij Pentair, maar ook in die periode (2012) kreeg [verzoeker] zware pijnstillers voorgeschreven vanwege zijn schouderklachten.