ECLI:NL:RBOVE:2020:4672
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van fraude wegens onvoldoende bewijs van valsheid en wederrechtelijk oogmerk
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 54-jarige man die werd verdacht van het plegen van hypotheekfraude in de periode van juli tot november 2012. De tenlastelegging betrof het gebruik van valse salarisspecificaties, werkgeversverklaringen, offertes en andere documenten om de ING Bank te bewegen tot het verstrekken van een hypothecaire lening van circa 410.000 euro. Daarnaast werd verdachte medeplegen van deze fraude ten laste gelegd.
Tijdens de openbare terechtzitting op 1 december 2020 heeft de officier van justitie haar standpunt toegelicht, waarbij zij stelde dat verdachte medeplegen van het gebruik van valse documenten bewezen kon worden, ondanks dat niet kon worden aangetoond dat verdachte zelf de aanvragen had ingediend. De verdediging voerde primair aan dat geen sprake was van valse stukken en dat verdachte niet op de hoogte was van enige valsheid, en subsidiair dat het wederrechtelijke oogmerk ontbrak.
Na beoordeling van het bewijs achtte de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. De rechtbank concludeerde dat de bewijsvoering onvoldoende was om te kunnen vaststellen dat verdachte betrokken was bij het vervaardigen of gebruiken van valse documenten of dat hij het oogmerk had om zichzelf of anderen wederrechtelijk te bevoordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel en op 28 december 2020 in het openbaar uitgesproken. Twee rechters waren niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend bewezen is dat hij fraude heeft gepleegd.