Verzoeker stelde dat de Uitvoeringscommissie de bodemkwaliteit van zijn veehouderijgrond onjuist had geclassificeerd als klasse 3, terwijl dit volgens hem klasse 2 moest zijn. De rechtbank liet een deskundigenonderzoek uitvoeren, dat bevestigde dat de classificatie in klasse 3 juist was en geen aanvullende kavelaanvaardings- of verbeteringswerken noodzakelijk waren.
Hoewel verzoeker opmerkingen maakte op het deskundigenrapport, vond de rechtbank dat deze onvoldoende waren om het rapport te betwisten. De opmerkingen betroffen vooral feitelijke toelichtingen op uitgevoerde werken en bevestigden eerder de bevindingen van de deskundige dan dat zij de klasseindeling ter discussie stelden.
De Uitvoeringscommissie handhaafde haar eerdere aanbod aan verzoeker tot een vergoeding van € 2.450,50. De rechtbank veroordeelde verzoeker in de proceskosten en begrootte de kosten van het deskundigenonderzoek op € 4.840,00 inclusief btw. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.