Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
of omstreeks22 juni 2017 te Enschede,
althans in de gemeente Enschede,als schipper van een vaartuig, te weten het motorschip “BOHt”, daarmee in de Binnenhaven te Enschede, zijnde een voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water heeft gevaren en in strijd met het gestelde in artikel 1.04 van het Binnenvaartpolitiereglement, - ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement-, niet alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goed zeemanschap werden gevorderd, teneinde met name te voorkomen dat het leven van personen in gevaar wordt gebracht, door :
tegen en/ofonder die zich boven het water van die
en/of
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van artikel 1.04 aanhef onder a van het Binnenvaartpolitiereglement.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
geldboete van € 1.000,- (duizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
20 dagen hechtenis;
geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte: