ECLI:NL:RBOVE:2020:733

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 februari 2020
Publicatiedatum
20 februari 2020
Zaaknummer
801992918
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:23 SvArt. 6:3:3 lid 3 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aanhouding behandeling bezwaarschrift omzetting taakstraf in vervangende hechtenis

De veroordeelde is op 6 september 2019 veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-naleving van de taakstraf is vervangende hechtenis van 15 dagen opgelegd. Op 30 januari 2020 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 14 dagen vervangende hechtenis bevolen wegens het niet verrichten van 27 uren taakstraf.

Het bezwaarschrift tegen deze omzetting is op 3 februari 2020 ingediend en behandeld op 19 februari 2020. De raadsman verzocht om aanhouding van de behandeling vanwege miscommunicatie waardoor de veroordeelde niet aanwezig was bij de zitting en hij zijn bezwaren niet kon toelichten.

De politierechter oordeelt echter dat de vervangende hechtenis op 20 februari 2020 volledig ten uitvoer is gelegd, waardoor geen redelijk belang bestaat bij aanhouding van de behandeling. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen en het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan redelijk belang omdat de vervangende hechtenis volledig is uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-019929-18
Bezwaarschriftnummer: 20/1037
Uitspraak van de politierechter op het bezwaarschrift op grond van artikel 6:6:23 jo Pro. artikel 6:3:3, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ),
wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen: de veroordeelde.

1.Het verloop van de procedure

Op 30 januari 2020 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 14 dagen vervangende hechtenis bevolen omdat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht. De kennisgeving daarvan is - volgens mededeling van de raadsman - op 31 januari 2020 aan de veroordeelde bekend gemaakt.
Het bezwaarschrift tegen de kennisgeving van dat bevel is gedateerd 3 februari 2020 en is op dezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens veroordeelde, door mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede .
Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare zitting van 19 februari 2020.
Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G. Nijpels en de raadsman gehoord.
De politierechter heeft kennis genomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf werd opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.

2.De standpunten van de raadsman en de officier van justitie

De raadsman heeft – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
Buiten de schuld van de veroordeelde om en wegens miscommunicatie bij DV&O is veroordeelde niet naar de zitting aangevoerd. Hij heeft ook geen afstand gedaan van het recht ter zitting te verschijnen. Veroordeelde wil graag gebruik maken van zijn aanwezigheidsrecht en derhalve stel ik mij op het standpunt dat de behandeling van het bezwaarschrift dient te worden aangehouden.
De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift.

3.De ontvankelijkheid

De politierechter stelt vast dat de rechtbank Overijssel bevoegd is van het bezwaarschrift kennis te nemen en dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.
Met inachtneming daarvan stelt de politierechter voorts vast dat veroordeelde bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 6 september 2019 is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij is bepaald dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen.
Uit het onderzoek ter terechtzitting en de eindrapportage van de reclassering van
31 december 2019 is gebleken dat de veroordeelde de taakstraf voor een gedeelte van
27 uren niet heeft verricht. Ter executie van de door de officier van justitie op 30 januari 2020 omgezette en niet verrichte 27 uren taakstraf in veertien dagen vervangende hechtenis verblijft veroordeelde sinds 6 februari 2020 in detentie in de PI te Lelystad. Volgens de registratiekaart van DJI wordt veroordeelde op donderdag 20 februari 2020 na tenuitvoerlegging van de veertien dagen vervangende hechtenis in vrijheid gesteld.
Het voorgaande in aanmerking genomen is de politierechter van oordeel dat het verzoek tot aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift, teneinde veroordeelde in de gelegenheid te stellen zijn bezwaren kenbaar te maken tegen vermeende onjuistheden in het rapport van de reclassering van 31 december 2019, moet worden afgewezen nu de politierechter niet vermag in te zien welk redelijk belang met aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift gediend wordt in het licht van het feit dat de vervangende hechtenis op 20 februari 2020 al volledig ten uitvoer is gelegd. Daardoor kan ook geen sprake meer zijn van nog te verrichten uren aan taakstraf.
De politierechter verklaart veroordeelde daarom niet-ontvankelijk in het bezwaarschrift bij gebreke van een redelijk belang bij een voortgezette behandeling van het bezwaarschrift.

4.De beslissing

De politierechter:
- wijst af het verzoek tot aanhouding;
- verklaart de veroordeelde
niet-ontvankelijkin het bezwaarschrift
.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Izgi, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.