Eiser heeft bij de burgemeester van Hengelo een vergunning ingevolge de Drank- en Horecawet (DHW) aangevraagd voor de vestiging van een horecabedrijf. Na een Bibob-onderzoek werd op 20 januari 2020 de vergunning geweigerd. Eiser stelde bezwaar en verzocht tevens om voorlopige voorziening en dwangsommen wegens niet tijdig beslissen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente niet tijdig had beslist binnen de redelijke termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag. De gemeente werd daarom veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €672 en het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de bouwstop en lopende bouwwerkzaamheden in het pand verhinderen dat eiser de vergunning kan effectueren, waardoor geen spoedeisend belang bestaat. De voorzieningenrechter wees erop dat bij opheffing van de bouwstop een nieuw verzoek kan worden ingediend.
De uitspraak bevat tevens een toelichting op de toepasselijke wettelijke termijnen en de onmogelijkheid tot opschorting of verlenging van de beslistermijn na het verstrijken daarvan. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.F. Bijloo te Zwolle op 24 februari 2020.