De officier van justitie verzocht op 7 februari 2020 om verlenging van een op 6 februari 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die opgenomen is vanwege een paranoïde psychose waarbij hij stemmen hoorde die hem aanspoorden zijn vrouw te doden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 februari 2020 werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een systeemtherapeut gehoord. De rechtbank constateerde dat betrokkene levensgevaarlijk gedrag vertoont, waaronder agressie en een ontsnappingspoging via het brandalarm, en dat het risico bestaat dat hij zijn vrouw schade toebrengt.
De rechtbank wees enkele verplichte zorgvormen af die niet langer noodzakelijk zijn, maar achtte het toedienen van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, beperkingen in communicatie en opname in een accommodatie wel noodzakelijk. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De rechtbank concludeerde dat de verplichte zorg evenredig en effectief is en verleende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 2 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.