Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
- de onroerende zaak gelegen aan het adres [adres] ;
- een bedrag van € 27.945,31 onder de ING Bank N.V.;
- salaris ter hoogte van € 3.748,39 per maand tot een totaalbedrag van € 49.496,53;
- de pensioenvoorziening ter hoogte van € 1.702,08 per maand.
- het verweerschrift van de officier van justitie d.d. 30 januari 2018;
- de schriftelijke repliek van de officier van justitie d.d. 24 november 2020;
- de schriftelijke dupliek van de raadsvrouw d.d. 31 december 2020.
2.De standpunten van klager, de raadsvrouw en de officier van justitie
3.De bevoegdheid van de rechtbank
4.De ontvankelijkheid
5.De beoordeling
6.De beslissing
- gegrond voor wat betreft het beslag, waarover wordt geklaagd, op de ING-spaarrekening (€ 27.945,31), het salaris (€ 49.496,53) en de niet uitgekeerde pensioengelden (€ 10.212,-) en heft het op grond van artikel 94a Sv daarop gelegd beslag op;
- De rechtbank verklaart het klaagschrift voor het overige ongegrond.