Op 31 mei 2019 werd in een loods te Emmen een grote hoeveelheid heroïne aangetroffen, verborgen in marmeren tegels en in een verborgen ruimte in een voertuig. Verdachte was aanwezig in de loods en werd samen met vier anderen aangehouden terwijl zij bezig waren met het verwijderen van heroïne uit de tegels.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de heroïne en dat deze zich in zijn machtssfeer bevond. Ondanks zijn verklaring dat hij slechts had opgeruimd en niet wist dat het om harddrugs ging, oordeelde de rechtbank dat verdachte medepleger was.
De hoeveelheid heroïne bedroeg in totaal ongeveer 169 kilo, verdeeld over 154 kilo in de loods en 15 kilo in het voertuig. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen opzettelijk deze heroïne aanwezig had gehad.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarbij rekening werd gehouden met zijn eerdere veroordeling in Duitsland in 2003, die niet strafverhogend werd meegewogen. De opgelegde straf werd als passend en geboden beschouwd gezien de ernst van het feit en de bijdrage van verdachte aan het criminele circuit.