ECLI:NL:RBOVE:2021:1296
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij niet-identificeerbaar AVG-verzoek inzage persoonsgegevens
Eiser heeft bij de gemeente Ommen een verzoek ingediend om inzage te verkrijgen in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 van Pro de AVG. De gemeente kon echter de identiteit van eiser niet vaststellen omdat hij slechts zijn voorletters, achternaam en een postbusnummer had opgegeven en niet de gevraagde aanvullende gegevens verstrekte.
De rechtbank overwoog dat de AVG alleen van toepassing is op verzoeken van geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen, de zogenaamde betrokkene. Omdat eiser niet identificeerbaar was, kon zijn verzoek niet worden geduid als een AVG-verzoek en ontbrak een publiekrechtelijke grondslag voor het beroep tegen het uitblijven van een besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser terugbetaald. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende identificatie bij AVG-verzoeken en de grenzen van bestuursrechtelijke procedures bij niet-ontvankelijke verzoeken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat eiser niet als betrokkene kan worden geïdentificeerd en keert het griffierecht terug.