Twee mannen uit Wageningen en Veenendaal werden verdacht van inbraak in een woning in Borne en het gebruik van gestolen pinpassen op 31 januari 2019. De officier van justitie eiste bewezenverklaring van beide feiten, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Tijdens de zittingen op 8 en 15 maart 2021 onderzocht de rechtbank het dossier, waaronder camerabeelden van pintransacties, een controle van de verdachten in een gehuurde auto en de vondst van een brief met een pincode nabij de controleplaats. Hoewel aanwijzingen bestonden dat de verdachten betrokken konden zijn, kon niet worden vastgesteld dat zij daadwerkelijk de pintransacties uitvoerden of de inbraak pleegden.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond om schuld vast te stellen en sprak de verdachten vrij van beide ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak niet tot een veroordeling leidde. Ook werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen.
Het vonnis werd gewezen door de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer te Almelo, en uitgesproken op 29 maart 2021.