ECLI:NL:RBOVE:2021:1398

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 april 2021
Publicatiedatum
2 april 2021
Zaaknummer
ak_21 _ 549 en ak_21_550 en ak_21_551
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing omgevingsvergunning voor droogzetvoorziening vanwege bedreigde diersoorten

Het college van burgemeester en wethouders van Ommen heeft een omgevingsvergunning verleend aan Waterschap Vechtstromen voor het realiseren van een droogzetvoorziening op een perceel te Stegeren. Verzoekers, waaronder Stichting Leefbaar Buitengebied, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in tegen de bestreden besluiten die het primaire besluit handhaafden.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting vanwege de spoedeisendheid. Verzoekers stelden dat de werkzaamheden ernstige schade kunnen veroorzaken aan de Grote Gele Kwikstaart en mogelijk aanwezige vleermuizen, waaronder vernieling van het fourageergebied.

De vergunninghouder bevestigde dat de voorbereidende werkzaamheden op 6 april 2021 zouden starten, met het plaatsen van damwanden vanaf 19 april. Deze werkzaamheden moeten in het laagwaterseizoen plaatsvinden, wat het belang bij tijdige aanvang verklaart.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de werkzaamheden dermate ingrijpend zijn dat onomkeerbare schade aan beschermde diersoorten mogelijk is. Daarom werd het primaire besluit en de bestreden besluiten geschorst tot de uitspraak op het bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De omgevingsvergunning en de handhavingsbesluiten zijn geschorst tot de uitspraak op het bodemgeding.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/549 + AWB 21/550 + AWB 21/551
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Stichting Leefbaar Buitengebied, te Geerdijk, verzoeker 1,

[verzoeker 1] , te [woonplaats 1] , verzoeker 2,

en

[verzoeker 2] en [verzoeker 3] , te [woonplaats 2] ,

allen met gemachtigde ing. M.H. Middelkamp
en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen, verweerder,

gemachtigde: mr. M.R. Kruisselbrink.
Derde belanghebbende:
Waterschap Vechtstromen, te Almelo.

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan het Waterschap
Vechtstromen een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een
droogzetvoorziening op het perceel [adres] te Stegeren
Bij besluiten van 21 oktober 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder op de bezwaren van verzoekers beslist. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit gehandhaafd.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Verzoekers hebben in het verzoek aangegeven dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat het Waterschap Vechtstromen voornemens is om op 6 april 2021 te starten met fysieke voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de droogzetvoorziening. Verzoekers wijzen er onder meer op dat daardoor de Grote Gele Kwikstaart en de mogelijk aanwezige vleermuizen ernstige schade oplopen en dat het fourageergebied van de Grote Gele Kwikstaart zal worden vernield.
3. Vergunninghouder heeft desgevraagd telefonisch bevestigd dat op 6 april 2021 wordt begonnen met voorbereidende werkzaamheden, te weten de inrichting van het bouwterrein en dat vervolgens vanaf 19 april 2021 onder meer twee damwanden in de Vecht zullen worden geplaatst. Uiteindelijk wordt een dubbele rij damwanden met een onderlinge afstand van circa 1,5 meter geplaatst waartussen onderwaterbeton gestort, waarop nadien staanders en profielen ten behoeve van de droogzetvoorziening kunnen worden bevestigd.
Vergunninghouder geeft aan belang te hebben bij de aanvang van de werkzaamheden omdat deze werkzaamheden in het laagwaterseizoen moeten worden verricht, dat globaal genomen van 1 april tot 1 oktober loopt.
4. De voorzieningenrechter overweegt dat dit dermate ingrijpende werkzaamheden betreft die mogelijk tot onomkeerbare gevolgen voor de door verzoekers genoemde diersoorten kunnen leiden. Daarin ziet de voorzieningenrechter een voldoende spoedeisend belang, om op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij wijze van ordemaatregel de bestreden besluiten en het daaraan ten grondslag liggende primaire besluit te schorsen tot en met het moment waarop uitspraak is gedaan op de onderhavige verzoeken.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit en het primaire besluit tot en met het moment waarop de uitspraak is gedaan op de onderhavige verzoeken om voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.W. Hulsman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
31 maart 2021
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.