Verzoeker diende een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen kantonrechter H.R. Schimmel in een procedure waarin hij beroep had ingesteld tegen een beslissing van de Officier van Justitie. De mondelinge behandeling van deze zaak vond plaats op 21 januari 2021, waarbij het beroep van verzoeker ongegrond werd verklaard.
De wrakingskamer stelde vast dat het wrakingsverzoek pas na deze mondelinge beslissing werd ingediend, waardoor de kantonrechter de zaak op dat moment niet meer behandelde. Volgens de geldende regels kan een wrakingsverzoek alleen worden ingediend zolang de zaak nog niet is afgerond met een einduitspraak.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en is het verzoek inhoudelijk niet behandeld. De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking af op grond van artikel 9.1, aanhef en onder c, van het wrakingsprotocol van de rechtbank.