Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van de veroordeelde en het CJIB
3.De beoordeling
4.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Overijssel
Veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoedingsmaatregel van ruim € 595.000, vermeerderd met wettelijke verhogingen van ruim € 104.000. Ondanks betalingen van circa € 75.700 resteert een openstaand bedrag van ruim € 623.000. Het CJIB beheert de incasso en weigert een betalingsregeling van € 350 per maand vanwege onvoldoende financiële transparantie van veroordeelde.
Veroordeelde stelt dat hij niet meer kan betalen en dat de vordering grotendeels is voldaan door inbeslaggenomen goederen. Hij heeft meerdere keren aangeboden zijn financiële situatie toe te lichten, maar het CJIB heeft dit afgewezen. Het CJIB benadrukt dat zonder volledig inzicht in inkomsten en uitgaven geen betalingsregeling kan worden getroffen en wijst erop dat veroordeelde onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn financiële situatie.
De rechtbank stelt vast dat veroordeelde ondanks herhaalde aanmaningen niet tijdig en volledig heeft betaald en onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven. Het verzetschrift tegen het dwangbevel wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt de executieplicht van het CJIB om de onherroepelijke schadevergoedingsmaatregel te innen.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en de executie van de schadevergoedingsmaatregel wordt voortgezet.