ECLI:NL:RBOVE:2021:1518
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Overijssel verklaart zich onbevoegd in economische delictenzaak fipronil
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak tegen een 30-jarige vrouw die werd verdacht van het bezit van biociden zonder toelating, waaronder het verboden middel fipronil, in de periode van augustus 2017 tot februari 2018. De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor deze verdachte.
Tijdens de terechtzittingen op 21 december 2020 en 10, 11 en 29 maart 2021 werd vastgesteld dat de verdachte enkel werd verdacht van een economisch strafbaar feit. Volgens artikel 39 lid 2 van Pro de Wet op de Economische Delicten (WED) is de meervoudige strafkamer van de rechtbank echter niet bevoegd om economische delicten te berechten, tenzij deze samenhangen met andere strafbare feiten, wat hier niet het geval was.
De rechtbank concludeerde daarom dat zij zich onbevoegd moest verklaren om kennis te nemen van de tenlastelegging tegen de verdachte en deed geen inhoudelijk oordeel. De zaak van medeverdachten, die betrokken waren bij het willens en wetens ontsmetten van pluimveestallen met fipronil, werd wel inhoudelijk behandeld en leidde tot veroordelingen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Overijssel op 12 april 2021, waarbij de rechtbank zich baseerde op de toepasselijke wetgeving omtrent economische delicten en de bevoegdheidsregels.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de economische delicten tegen de verdachte te berechten en doet geen inhoudelijk oordeel.