Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad op 4 januari 2016 in dienst bij Wifocarr als carrosseriebouwer met een bruto maandsalaris van €2.407,00. Na ziekmelding op 23 september 2019 is overeengekomen dat het dienstverband per 1 april 2021 zal eindigen. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon over januari tot en met oktober 2020, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, alsmede loon vanaf november 2020 tot einde dienstverband.
De rechter stelde vast dat de CAO Metaal en Techniek voorschrijft dat vanaf zes maanden ziekte 90% van het salaris moet worden doorbetaald. Na verrekening van reeds betaalde bedragen en correctie conform CAO, was de vordering over de eerste periode nihil. Over de periode november 2020 tot en met februari 2021 werd Wifocarr veroordeeld tot betaling van €8.665,20 bruto loon plus wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 10%. Voor maart 2021 tot einde dienstverband werd loon van €2.166,30 bruto per maand toegewezen.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd ingetrokken en afgewezen. Proceskosten werden aan Wifocarr opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Wifocarr wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en wettelijke rente aan eiser tot einde dienstverband per 1 april 2021.