Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder,
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam 1] te [woonplaats 2] ,
Procesverloop
Overwegingen
17 juni 2019 behandeld, waarna de bezwaarschriftencommissie op 15 augustus 2019 advies heeft uitgebracht.
8 oktober 2019 (uitbreiding woning). Op hetgeen hij heeft aangevoerd, zal de rechtbank in het navolgende ingaan.
20 maart 2019 doet evenmin ter zake, nu de rechtbank niet de rechtmatigheid van het primaire besluit toetst, maar van het bestreden besluit van 28 augustus 2019. De beroepsgronden met betrekking tot de welstandstoets falen.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 28 augustus 2019 (de dakkapel) ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 8 oktober 2019 (uitbreiding van de woning) gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 8 oktober 2019;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 8 oktober 2019 in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,-- aan eiser te vergoeden.