Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 januari 2021 met producties,
- de aanvullende producties aan de zijde van [eiser] van 30 maart 2021,
- de e-mailberichten van [gedaagde] van 31 maart 2021 met het verweer en producties,
- de mondelinge behandeling via Skype op 1 april 2021,
- de pleitnotities van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
- hem vervangende toestemming te verlenen om namens [gedaagde] over te gaan tot verkoop van de woning voor een vraagprijs van € 475.000,00, met een bodemprijs van € 440.000,00, dan wel een nader in overleg met een door [eiser] te kiezen makelaar overeen te komen bodemprijs, alles kosten koper, door het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar en het sluiten van een verkoopovereenkomst ten kantore van een door [eiser] te kiezen notaris;
- hem vervangende toestemming te verlenen namens [gedaagde] voor de levering van de woning, waarmee de uitspraak ex artikel 3:300 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) in de plaats treedt van de gehele akte;
- te bepalen dat de kosten van het verkoopklaar maken van de woning inclusief het opknappen van de tuin, door beide partijen ieder voor de helft gedragen worden;
- te bepalen dat de inboedel opgeslagen wordt in een externe opslagruimte totdat de inboedel is verdeeld, waarbij door beide partijen de opslagkosten ieder voor de helft gedragen worden;
- te bepalen dat de kosten van verkoop, levering en de notariële transporten van de woning door beide partijen ieder voor de helft gedragen worden;
- alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding en de nakosten, advocaatkosten en explootkosten wanneer niet vrijwillig aan het vonnis zal worden voldaan.