ECLI:NL:RBOVE:2021:1680
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij procesbeslissing
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E. Hoekstra, rechter bij Rechtbank Overijssel, wegens vermeende vooringenomenheid in een procedure waarin zijn beroep tegen een besluit van de minister voor Rechtsbescherming werd behandeld. Het betrof een zaak over de wijziging van de geslachtsnaam van zijn zoon. Verzoeker stelde dat de voortvarende behandeling van de zaak, ondanks zijn verzoek om uitstel wegens onvoldoende informatie en de noodzaak van extra tijd voor zijn advocaat, een aanwijzing was voor partijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat procesbeslissingen in beginsel geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die objectief de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De rechter had het uitstelverzoek afgewezen omdat er geen advocaat was die zich had gesteld en omdat de belangen van andere betrokkenen bij een voortvarende behandeling gebaat waren.
De wrakingskamer oordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De motivering van de procesbeslissing was niet zodanig dat deze als blijk van vooringenomenheid kon worden gezien. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.