Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. M.A.M. Essed, die belast was met de behandeling van hun civiele zaak over een erfgrensgeschil. Zij stelden dat de rechter tijdens een bezichtiging en zitting onvoldoende aandacht gaf aan hun standpunten, gejaagd en ongeduldig was, sturende vragen stelde en hun integriteit in twijfel trok.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend ondanks een periode van bijna twee maanden na de zitting, gelet op de omstandigheden waaronder verzoekers het verzoek opstelden. De kamer beoordeelde de klachten over de werkwijze van de rechter en concludeerde dat deze binnen de grenzen van het procesrecht en de taakopvatting van de rechter vielen, zonder aanwijzingen voor vooringenomenheid.
Ook het voorlopige oordeel van de rechter tijdens de zitting en de discussie over een telefoongesprek met de griffie leidden niet tot het oordeel dat sprake was van partijdigheid. De wrakingskamer vond geen concrete feiten of omstandigheden die het vermoeden van onpartijdigheid konden rechtvaardigen.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking af en bevestigde dat de rechter onpartijdig heeft gehandeld binnen zijn wettelijke bevoegdheden. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.