Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. H.J. Knol, griffier, op
Rechtbank Overijssel
Eiser werkte sinds 2010 als timmerman en beëindigde zijn dienstverband met wederzijds goedvinden. Na een korte periode bij een uitzendbureau werd hij per 7 oktober 2019 werkloos en vroeg een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering omdat eiser verwijtbaar werkloos zou zijn, omdat hij tijdens ziekte instemde met ontslag.
Eiser betwistte dit en verwees naar medische informatie over ADHD en burn-out, stellende dat zijn impulsief gedrag hem niet kan worden verweten. De verzekeringsartsen concludeerden dat eiser ziek was maar niet zodanig dat hij de gevolgen van het ontslag niet kon overzien. De rechtbank constateert echter dat het UWV onvoldoende onderzoek deed, geen medische informatie van de arbo-arts opvroeg en niet inging op de brief van eisers moeder.
Ook is onduidelijk wanneer de beëindigingsovereenkomst precies is getekend, wat van belang is voor de beoordeling. De rechtbank oordeelt dat het UWV het totale feitencomplex onvoldoende heeft onderzocht en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake zou zijn van verwijtbare werkloosheid.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.