Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
of omstreeks7 december 2020 te Vriezenveen, gemeente Twenterand,
althans in Nederland,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 140,85 gram en
/ofongeveer 4,90 gram amfetamine
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamineen
/ofongeveer 80 milliliter GHB
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxybutaanzuur en/of Gamma-hydroxyboterzuur, zijnde amfetamine en
/of4-hydroxybutaanzuur en/of Gamma-hydroxyboterzuur,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks5 juli 2020 te
of nabijVriezenveen in de gemeente Twenterand,
een of meer (engelen
)beeldjes,
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die
geheel of ten deleaan een ander toebehoorde
(n
), te weten aan [aangever 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
of omstreeks2 augustus 2020 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente Twenterand
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althanseen bouwradio
en twee mobiele telefoons, in elk geval enig goed, datdie
geheel of ten deleaan een ander dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s)toebehoorde, te weten aan [aangever 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
of omstreeks21 oktober 2020
te Vriezenveen, gemeente Twenterand en/ofte Borne,
en/of 4-hydroxyboterzuur (GHB)
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders,voor de tijd van
twee (2) jaren;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 08.215446-20 tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 50,--,te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 augustus 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van één (1) dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij: [aangever 2] ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding voor de telefoons niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering voor het overige af.