Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Radewijk,
Rechtbank Overijssel
In deze zaak is een bevoegdheidsincident aan de orde waarbij de kantonrechter te Zwolle moest beoordelen of hij bevoegd was om van de hoofdzaak kennis te nemen. De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en HAZ over rioleringswerkzaamheden. Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarop zowel de algemene voorwaarden van [eiseres] als de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (UAV) van toepassing zijn.
De kern van het geschil is welk forumkeuzebeding leidend is: het beding in de algemene voorwaarden van [eiseres] dat geschillen aan de bevoegde rechter in ’s-Hertogenbosch toewijst, of het arbitragebeding in de UAV dat partijen verplicht geschillen via de Raad van Arbitrage voor de Bouw te laten beslechten. De kantonrechter oordeelt dat de UAV in ieder geval van toepassing is en dat het arbitragebeding uit de UAV prevaleert.
Daarmee is de kantonrechter onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. De incidentele vordering van HAZ tot onbevoegdverklaring wordt toegewezen. [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, terwijl in de hoofdzaak geen kosten worden toegewezen. Het vonnis is op 12 januari 2021 uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd wegens het arbitragebeding in de UAV 2012.