Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
Wat staat er vast?
3.De beoordeling
Wat vindt de kantonrechter van de zaak?
€ 360,00
Rechtbank Overijssel
Op 2 augustus 2019 sloten gedaagde en advocaat [A], verbonden aan eiseres, een schriftelijke overeenkomst voor juridische bijstand in een procedure over vervangende toestemming voor verhuizing met kinderen. De rechtbank Gelderland wees het verzoek af, maar het Hof Arnhem-Leeuwarden gaf later alsnog toestemming.
Gedaagde betaalde de eerste factuur van €2.224,65, maar weigerde de tweede factuur van €1.825,78 te voldoen, stellende dat de advocaat zijn inspanningsverplichting niet was nagekomen. Zij voerde tevens financiële onmacht aan.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst en het uurtarief onbetwist waren en dat gedaagde niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen de factuur. Het enkele beroep op wanprestatie zonder concrete onderbouwing en zonder gevolgen zoals ontbinding of schadevergoeding is onvoldoende om betaling te weigeren.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de tweede factuur, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juli 2020, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de tweede factuur van €1.825,78 met wettelijke rente en proceskosten.