Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
feit 2 zesde gedachtestreepjedat luidt “en/of in een situatie gebracht of gehouden die voor de gezondheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] schadelijk was of kon zijn” stelt de rechtbank vast dat deze zinssnede niet nader feitelijk is uitgewerkt. De tenlastelegging geeft niet weer met welk feitelijk handelen (of nalaten) verdachte [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in een situatie heeft gebracht of gehouden die voor hun gezondheid schadelijk was of kon zijn. De rechtbank is aldus van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 261 Sv Pro en verklaart de dagvaarding in zoverre partieel nietig.
4.De bewijsoverwegingen
strafrechtelijkgrenzen hebben overtreden. In dat verband acht de rechtbank ter inleiding het volgende van belang.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte;
- een strafadvies van Reclassering Nederland van 2 april 2021, opgemaakt door
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 dagen;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte: