Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
22 april 2021 en 21 mei 2021.
2.De tenlastelegging
auto en/of
en/of
is/zijn aangerend en/of
gedwongen om in een (andere) auto plaats te nemen en/of
een stoel moest gaan zitten en/of
heeft/hebben geprikt in diens arm(en) en/of be(e)n(en) en/of
bedreigd, vernederd en/of gefilmd en/of
moest kleden en zich moest gaan douchen en/of
gekregen) (vervolgens) met die [slachtoffer 3] naar een bos zijn gereden en/of
heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of
auto en/of
en/of
is/zijn aangerend en/of
gedwongen om in een (andere) auto plaats te nemen en/of
een stoel moest gaan zitten en/of
bedreigd, vernederd en/of gefilmd en/of
heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of
[slachtoffer 4] van het leven te beroven, en/of
5000 euro heeft beloofd/in het vooruitzicht heeft gesteld en/of
heeft gegeven/verstrekt en/of
[slachtoffer 4] heeft laten aanbrengen;
3.De voorvragen
“- door een of meer ander(en) een plaatsbepalend baken onder de auto van die [slachtoffer 4] heeft laten aanbrengen”, partieel nietig dient te worden verklaard, vanwege een innerlijke tegenstrijdigheid. Dit onderdeel is volgens hem niet zonder meer een logische uitlokkingshandeling, nu [naam 1] niets met het baken te maken heeft gehad. Daarnaast wordt door het Openbaar Ministerie enkel gesproken over voorbereidingshandelingen en onder dat feit staat het plaatsbepalend baken ook genoemd. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het, door die innerlijke tegenstrijdigheid, voor verdachte niet duidelijk was waartegen hij zich moest verdedigen.
4.De bewijsoverwegingen
Filmer, feit 1, ziet op een gebeurtenis waarbij de broers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] vanuit een rijdend voertuig zijn beschoten. Dit voorval heeft plaatsgevonden op 9 april 2016 op de Wijheseweg in Zwolle. Als gevolg van deze schietpartij hebben beide broers één of meerdere schietwond(en) opgelopen in hun bovenlichaam.
Košice, feit 6, draait om de handel in harddrugs in de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 oktober 2019 in Zwolle en omgeving. Het dealernetwerk dat zich daarmee bezighield was voor afnemers bereikbaar via een zogenoemde ‘deallijn’, genaamd Ali 24/7. Via het telefoonnummer van die lijn konden bestellingen worden geplaatst en werd een locatie afgesproken voor de overdracht van de drugs.
Bilbao, feit 8, heeft betrekking op een vermeende verduistering van een Mercedes C63 AMG. Het voertuig werd op 9 december 2018 voor twee dagen gehuurd bij een verhuurbedrijf in Utrecht, maar is nooit teruggebracht.
Luik, feiten 2 en 7, ziet op de gebeurtenis waarbij met geweld goederen (te weten een Keyless wave kast, kleding, een telefoon, geld en sleutels) van [slachtoffer 3] zijn gestolen, dan wel dat [slachtoffer 3] wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd. Als gevolg hiervan heeft [slachtoffer 3] een gebroken neus opgelopen. Eveneens ziet dit onderzoek op de diefstal van een personenauto Audi S7 met kenteken [kenteken 1] , toebehorende aan [slachtoffer 3] . Eén en ander heeft plaatsgevonden in de periode van 1 maart 2019 tot en met 1 juli 2019.
Karlsbad, feiten 3 en 4, heeft betrekking op de poging tot uitlokking van een liquidatie op [slachtoffer 4] en de voorbereiding van deze liquidatie door het verwerven en voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen en een plaatsbepalend baken. De poging tot uitlokking en de voorbereidingshandelingen hebben zich voorgedaan in de periode van
Mexico, feit 5, borduurt voort op het onderzoek Karlsbad. [slachtoffer 4] is namelijk op 26 oktober 2019 in Zwolle daadwerkelijk beschoten in zijn voertuig, waar zich op dat moment ook [slachtoffer 5] bevond. Als gevolg daarvan is [slachtoffer 4] gewond geraakt aan zijn schouder. Dit onderzoek ziet op deze pogingen tot moord.
[slachtoffer 3]
Filmer(feit 1) als getuige meerdere uitgebreide verklaringen afgelegd, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. Dit zijn belastende verklaringen ten aanzien van verdachte. Deze houden kort en zakelijk weergegeven in dat verdachte op 9 april 2016 heeft geschoten op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Als reden van wetenschap noemt [slachtoffer 3] dat hij dit heeft gehoord van zowel verdachte, als van diens broer [medeverdachte 1] , als ook van [medeverdachte 2] .. De rechtbank zal aan de hand van het algemene toetsingskader beoordelen of deze verklaringen betrouwbaar zijn.
[slachtoffer 2]
Filmer(feit 1) meerdere belastende verklaringen afgelegd over verdachte zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. Deze houden kort en zakelijk weergegeven in dat hij verdachte heeft herkend als schutter van de schietpartij op
[getuige 1]
Košice(feit 6) heeft [getuige 1] verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij de handel in drugs. Uit de door hem afgelegde verklaringen volgt dat verdachte de drugs inkocht, de verkoopprijzen bepaalde, de financiën beheerde, bezorgers benaderde en vervoer voor hen regelde. Als reden van wetenschap noemt [getuige 1] dat hij gedurende twee maanden drugs heeft gedeald voor verdachte. Dit eindigde op 13 oktober 2019, toen hij samen met [medeverdachte 3] werd aangehouden in Baarn. De rechtbank overweegt dat [getuige 1] niet alleen belastend verklaart over (de groepering van) verdachte, maar ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid op zich neemt. Hierdoor wint zijn verklaring aan betrouwbaarheid. Tegelijkertijd maakt zijn betrokkenheid bij de drugshandel het ook mogelijk dat [getuige 1] uit eigen wetenschap verklaart. Het is immers aannemelijk dat hij door zijn werkzaamheden voor verdachte op de hoogte was van het reilen en zeilen binnen het Ali 24/7 netwerk. De verklaring is daarmee uit zichzelf afgelegd. Bovendien vindt de verklaring van [getuige 1] over de betrokkenheid van verdachte op diverse elementen steun in andere (objectieve) bewijsmiddelen, zoals de verklaring van [naam 1] (die ook een periode in drugs heeft gehandeld voor verdachte), een notitie die in zijn telefoon is aangetroffen en de processen-verbaal over de staande houding van [medeverdachte 3] .
Luik(feiten 2 en 7) heeft [getuige 1] verklaard dat hij van verdachte heeft gehoord dat ze [slachtoffer 3] hebben mishandeld. Verdachte heeft hiervan aan [getuige 1] ook filmpjes laten zien. De beschrijving van hetgeen [getuige 1] op de filmpjes heeft gezien komt overeen met hetgeen [slachtoffer 3] zelf heeft verklaard over wat hem is aangedaan. Dit komt naar het oordeel van de rechtbank ten goede aan de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde verklaringen. Zo beschrijft [getuige 1] dat op het eerste filmpje te zien is dat [slachtoffer 3] met een bloedend gezicht op de grond ligt en een stoot in zijn gezicht krijgt van [medeverdachte 1] . Deze beschrijving van het geweld past bij het letsel (een gebroken neus) dat op 8 juni 2019 door de kno-arts is vastgesteld bij [slachtoffer 3] . Op het tweede filmpje staat [slachtoffer 3] naakt onder de douche in het huis van [medeverdachte 3] . Hij spoelt het bloed van zijn lichaam en gezicht af. In het derde filmpje is te zien dat [slachtoffer 3] zijn laatste wens mag doen. [getuige 1] verklaart op alle drie de filmpjes de stemmen van verdachte en [medeverdachte 1] te herkennen. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [getuige 1] gelet hierop voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Tot slot overweegt de rechtbank dat het feit dat de beschrijvingen van de filmpjes door [getuige 1] , [naam 1] , [medeverdachte 4] en [slachtoffer 4] grotendeels, maar niet tot in detail overeenkomen, maakt dat de verklaring van [getuige 1] authentiek is en ‘uit zichzelf’ is afgelegd.
Karlsbad(feiten 3 en 4) heeft [getuige 1] verklaard dat er een ontmoeting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2019 tussen verdachte, [medeverdachte 1] , [naam 1] en hemzelf, op het kamp aan de [straat 1] te Zwolle. Hier werd gesproken over het feit dat [naam 1] [slachtoffer 4] moest liquideren voor grof geld. Verdachte heeft [naam 1] hiervoor een wapen verschaft. De rechtbank stelt vast dat in diverse zaaksdossiers in de verschillende onderzoeken naar voren komt dat [getuige 1] , verdachte en [medeverdachte 1] met elkaar omgingen. Dat hij in hun omgeving waarnemingen heeft gedaan, waarover hij vervolgens heeft verklaard, is dan ook niet onaannemelijk. Daarnaast komt de verklaring van [getuige 1] overeen met hetgeen [naam 1] over de nacht van 4 augustus 2019 heeft verklaard en vindt deze steun in objectieve bewijsmiddelen, te weten zowel in de historische verkeersgegevens van zijn eigen telefoon alsook in die van de telefoon van [naam 1] . [getuige 1] heeft verder verklaard dat hij op 5 oktober 2019 door verdachte en/of [verdachte] gevraagd is een GPS-tracker op te halen bij de [winkel] in Breda. Deze GPS-tracker is later ook onder het voertuig van [slachtoffer 4] aangetroffen. De verklaring van [getuige 1] hierover wordt ook ondersteund door de verklaringen van [medeverdachte 4] en [getuige 2] . [getuige 2] verklaart daarbij nota bene dat zij op dat moment bij hem in de auto zat. Tevens vindt zijn verklaring steun in het proces-verbaal van bevindingen van 22 oktober 2019 nu hieruit blijkt dat er in het systeem van de [winkel] te zien is dat daar op 5 oktober 2019 twee GPS-trackers zijn aangeschaft en contant zijn afgerekend. Bovendien is op de GPS-tracker, welke onder het voertuig van [slachtoffer 4] is aangebracht, DNA van een medewerker van de [winkel] aangetroffen. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat [getuige 1] in strijd met de waarheid heeft verklaard. Zij betrekt daarbij in haar overweging dat [getuige 1] specifieke elementen in zijn verklaring noemt, die overeenkomen met louter technisch bewijs, waaruit hoe dan ook vaststaande gegevens volgen. De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsman aangevoerde inconsistenties en tegenstrijdigheden in de verklaringen van onvoldoende gewicht zijn om zijn verklaring in (zijn geheel) uit te sluiten van het bewijs.
[naam 1]
Košice(feit 6) heeft [naam 1] verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij de handel in drugs. Als reden van wetenschap noemt [naam 1] dat hij in 2019 gedurende twee weken in drugs heeft gehandeld voor verdachte. Hij was eerder door verdachte benaderd voor dit werk, maar had toen geweigerd. Toen [naam 1] later geldproblemen kreeg, had hij verdachte zelf benaderd. [naam 1] en verdachte hebben afgesproken dat hij 10% van de dagopbrengst zou krijgen. Het verdiende geld bracht hij naar verdachte en [medeverdachte 3] , die voor verdachte werkte. De rechtbank overweegt dat [naam 1] niet alleen belastend verklaart over (de groepering van) verdachte, maar ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid op zich neemt. Bovendien vindt de verklaring van [naam 1] over de betrokkenheid van verdachte op diverse punten steun in andere bewijsmiddelen, zoals de verklaring van [getuige 1] (die ook een periode in drugs heeft gehandeld voor verdachte), een notitie die in de telefoon van [getuige 1] is aangetroffen en de processen-verbaal over de staande houding van [medeverdachte 3] .
Luik(feiten 2 en feit 7) heeft [naam 1] verklaard dat verdachte hem filmpjes heeft getoond van de ontvoering van [slachtoffer 3] . Hij verklaart tevens dat hij van verdachte heeft gehoord dat hij, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] [slachtoffer 3] hebben ontvoerd. De beschrijving van hetgeen [naam 1] op de filmpjes heeft gezien komt overeen met dat wat [slachtoffer 3] zelf heeft verklaard over wat hem is aangedaan. Dit komt naar het oordeel van de rechtbank ten goede aan de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde verklaringen. Ten aanzien van het eerste filmpje verklaart hij dat hij ziet dat [slachtoffer 3] bloedde en huilend ging bidden. Hij had een bloedlip, zijn neus was kapot en zijn gezicht zat onder het bloed. Deze verklaring vindt steun in hetgeen de kno-arts heeft vastgesteld op 8 juni 2019, te weten een gebroken neus. Daarnaast vindt het steun in de screenshots van het filmpje, welke zijn aangetroffen op de inbeslaggenomen iPhone die in gebruik was bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . [slachtoffer 3] kijkt hierop angstig uit zijn ogen en heeft een bebloede dikke neus. Ook [medeverdachte 4] verklaart dit filmpje te hebben gezien. Op het tweede filmpje is volgens [naam 1] te zien dat [slachtoffer 3] naakt stond te douchen. Deze verklaring komt in hoofdlijnen overeen met de verklaringen van [getuige 1] en [slachtoffer 4] over dit filmpje. De rechtbank acht het niet aannemelijk geworden dat [naam 1] in strijd met de werkelijkheid heeft verklaard, nu [getuige 1] , [medeverdachte 4] en [slachtoffer 4] eveneens verklaren over de aan hen getoonde filmpjes en hun verklaringen op hoofdlijnen overeenkomen. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [naam 1] gelet hierop voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Tot slot overweegt de rechtbank dat het feit dat de beschrijvingen van de filmpjes door [naam 1] , [getuige 1] , [medeverdachte 4] en [slachtoffer 4] grotendeels, maar niet tot in detail overeenkomen, maakt dat de verklaring van [naam 1] authentiek is en ‘uit zichzelf’ is afgelegd.
Karlsbad(feiten 3 en 4) verklaart [naam 1] dat verdachte hem de opdracht heeft gegeven om [slachtoffer 4] te liquideren. Deze opdracht zou, in het bijzijn van verdachte en [getuige 1] , aan hem zijn gegeven in de nacht van 4 augustus 2019 op het kamp aan de [straat 1] te Zwolle. Dit wordt ondersteund door zowel de verklaring van [getuige 1] alsook de historische telefoongegevens van de telefoon van [naam 1] en de telefoon van [getuige 1] . Het feit dat de verklaring van [naam 1] onder andere steun vindt in meerdere louter technische bewijsmiddelen komt naar het oordeel van de rechtbank ten goede aan de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde verklaringen. [naam 1] verklaart verder dat verdachte hem voor de moord een bedrag van € 5.000,- heeft beloofd en een automatisch vuurwapen heeft verschaft. [naam 1] verklaart verder dat hij diezelfde nacht het wapen in het bos heeft getest met verdachte. Daarnaast verklaart hij dat het wapen en de kogels op het kamp zijn schoongemaakt met WD40 olie. Hierna is [naam 1] met het automatisch vuurwapen in een tas vertrokken met een taxi vanaf het kamp. Deze verklaring van [naam 1] sluit naadloos aan op de verklaring van [getuige 1] . Bovendien verklaart [getuige 1] aanvullend in lijn hiermee dat hij in opdracht van verdachte WD40 olie is gaan ophalen. Hij heeft hierover via WhatsApp contact gehad met zijn vader. Het tijdstip van dit WhatsApp-contact komt overeen met het tijdstip van de ontmoeting op het kamp aan de [straat 1] . De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat [naam 1] in strijd met de werkelijkheid heeft verklaard. Zij betrekt daarbij met name in haar overweging dat [naam 1] specifieke elementen in zijn verklaring noemt, die overeenkomen met de inhoud van technisch bewijs. De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsman aangevoerde inconsistenties en tegenstrijdigheden in de verklaringen van onvoldoende gewicht zijn om zijn verklaringen in (zijn geheel) uit te sluiten van het bewijs.
[slachtoffer 4]
Luik(feiten 2 en 7) heeft [slachtoffer 4] verklaard dat hij van [slachtoffer 3] , maar ook van anderen, heeft gehoord wat hem is overkomen. Er zijn filmpjes gemaakt, waarop te zien is dat [slachtoffer 3] bloedend onder de douche staat en verdachte schreeuwt tegen [slachtoffer 3] dat hij maar moet gaan bidden voor zijn ouders omdat ze hem dood gaan maken. De beschrijving van hetgeen [slachtoffer 4] heeft gezien op de filmpjes komt overeen met dat wat [slachtoffer 3] zelf heeft verklaard over wat hem is aangedaan. Dit komt naar het oordeel van de rechtbank ten goede aan de geloofwaardigheid van de door hem afgelegde verklaringen. Daarnaast wordt de verklaring van [slachtoffer 4] ondersteund door de verklaringen van [naam 1] en [getuige 1] . De rechtbank acht het niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer 4] in strijd met de werkelijkheid heeft verklaard, nu [getuige 1] en [naam 1] eveneens verklaren over de aan hen getoonde filmpjes en uit hun verklaringen overeenkomstige informatie met betrekking hiertoe naar voren komt. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 4] gelet hierop voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Tot slot overweegt de rechtbank dat het feit dat de beschrijvingen van de filmpjes door [slachtoffer 4] , [naam 1] en [getuige 1] grotendeels, maar niet tot in detail overeenkomen, maakt dat de verklaring van [slachtoffer 4] authentiek is en ‘uit zichzelf’ is afgelegd.
Karlsbad(feiten 3 en 4) heeft [slachtoffer 4] verklaard dat [naam 1] naar hem toe is gekomen en heeft gezegd dat verdachte en [medeverdachte 1] hem de opdracht hadden gegeven om [slachtoffer 4] te vermoorden. [naam 1] had toen het wapen bij zich. De [broers (verdachte en medeverdachte 1)] hebben [naam 1] hiervoor € 5.000,- beloofd. Een voorschot hiervan, te weten twee keer € 200,- had [naam 1] al bij zich volgens [slachtoffer 4] . Deze verklaring van [slachtoffer 4] vindt ondersteuning in hetgeen [naam 1] heeft verklaard.
“2x papier gegeven [bijnaam verdachte] weet bedrag niett”.De rechtbank merkt hierbij op dat uit het onderzoek naar voren is gekomen dat “ [bijnaam verdachte] ” een bijnaam is van verdachte. Zijn verklaring dat [medeverdachte 3] het geld van de [broers (verdachte en medeverdachte 1)] beheerde, past ook bij haar staande houding op 23 mei 2019. Zij kan dan uit eigen wetenschap niet zeggen hoeveel geld er precies in de plastic tas zit en wendt zich daarom tot verdachte, die precies het juiste geldbedrag noemt. Ook [naam 1] zegt dat hij voor verdachte en [medeverdachte 3] heeft gehandeld in drugs in april 2019. Bovendien benoemt [naam 1] , net als [getuige 1] , dat hij 10% van de dagopbrengst zou verdienen. De rest van het geld droeg hij af aan verdachte of aan [medeverdachte 3] . Daarnaast verklaart ook [medeverdachte 4] voor de [broers (verdachte en medeverdachte 1)] in drugs gehandeld te hebben vanaf het voorjaar van 2019. Eveneens verklaart zijn broer [naam 5] dat hij in drugs heeft gehandeld voor de Ali 24/7 lijn waarvan hij heeft gehoord dat verdachte en [medeverdachte 1] eigenaren zijn.
[kenteken 2] . Hij had dit voertuig voor de periode van 9 december 2018 tot en met 11 december 2018 verhuurd aan een persoon, genaamd [naam 7] . Deze huurder heeft [slachtoffer 6] op de retourdatum medegedeeld dat de auto was gestolen. Op 12 december 2018 heeft [naam 7] aangifte gedaan van die diefstal, gepleegd aan de [straat 2] in Emmeloord. Dit is tevens de laatst bekende GPS locatie die de verhuurder kon achterhalen. Omdat de auto daar niet werd aangetroffen, rees het vermoeden dat de GPS tracker van het voertuig was verwijderd. Hierop heeft de verhuurder samen met twee vrienden verhaal gehaald bij [naam 7] . Nadat de politie wordt ingeschakeld, verklaart [naam 7] dat hij de auto onder dwang heeft afgegeven aan verdachte, die hem daarna via WhatsApp heeft opgedragen om een valse aangifte van diefstal te doen.
10 december 2018 om 22.34 uur een mast aangestraald aan de Industrieweg 1 in Emmeloord. Deze mast is ongeveer 360 meter verwijderd van de [straat 2] in Emmeloord, waar het gehuurde voertuig zou zijn weggenomen. Om te achterhalen wie op dat moment de gebruiker was van de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , is gekeken naar de contacten in de onderzochte periode. Het valt de verbalisanten op dat een aantal contacten te linken is aan verdachte, zoals het kantoor van zijn voorkeursraadsman en zijn schoonzus. Ook werd er op internet gezocht naar het landnummer van Afghanistan, het land waar verdachte is geboren, en is er gebeld met de Afghaanse ambassade. Tot slot is het bewuste toestel op 8 maart 2019 onder verdachte in beslag genomen.
“dat hij maar moet bidden voor zijn ouders, omdat ze hem dood gaan maken”.Daarnaast verklaart [naam 1] dat verdachte tegen hem heeft gezegd dat [slachtoffer 3] moest douchen, omdat dan het bewijs weg zou zijn. [getuige 1] verklaart hierover dat verdachte hem heeft verteld dat ze [slachtoffer 3] hebben mishandeld. Verdachte heeft hem drie filmpjes hiervan laten zien. Op één filmpje staat [slachtoffer 3] naakt onder de douche in de woning van [medeverdachte 3] . Hij spoelt het bloed van zijn gezicht en lichaam. [getuige 1] verklaart de stemmen van verdachte en [medeverdachte 1] te herkennen op de filmpjes. Bovendien verklaart [medeverdachte 4] dat [medeverdachte 3] hem een filmpje heeft laten zien, waarop te zien is dat [slachtoffer 3] in elkaar wordt geslagen en onder bedreiging van een vuurwapen zijn kleren uit moet trekken. Hij had dit eerder ook al gehoord van verdachte en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en zij waren hier allen bij betrokken.
“ik heb al een graf voor je gegraven en ik zal je dood schieten”. Dit vindt steun in de verklaring van [getuige 1] , waaruit blijkt dat hij op het filmpje dat verdachte hem toonde zag dat [slachtoffer 3] zijn laatste wens mocht doen, omdat ze hem gingen vermoorden. Zoals eerder aangehaald, herkent [getuige 1] ook de stem van verdachte op dit filmpje.
6 juni 2019 tot en met 7 juni 2019, tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van kleding, een telefoon, geld, huissleutels en een Keyless wave kast voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door geweld.
€ 5.000,- heeft beloofd voor het uitvoeren van de moord en hem hiervoor een automatisch vuurwapen heeft verschaft. Dit vuurwapen hebben [naam 1] en verdachte samen opgehaald uit een bos in Zwolle Zuid. Verdachte heeft het wapen en de bijbehorende kogels vervolgens schoongemaakt met WD40 olie en [naam 1] , [getuige 1] en verdachte hebben het wapen die nacht getest. Na afloop hiervan is [naam 1] met het wapen in een tas vertrokken vanaf het kamp met een taxi.
4 augustus 2019 tussen 01.17.42 uur en 01.23.09 uur. Verder zijn er op het telefoontoestel van [naam 1] twee filmpjes aangetroffen. Op het ene filmpje wordt door een persoon een automatisch vuurwapen getoond en op het andere filmpje wordt er geschoten met het automatische vuurwapen. Deze filmpjes zijn beide gemaakt op 4 augustus 2019, de dag waarop de moordopdracht is gegeven en het wapen is verschaft door verdachte.
“trackitt.nl”en het aanschaffen van de GPS-tracker. Zo is in de telefoon met IMEI-nummer [nummer 7] , die in beslag is genomen in de woning van verdachte, een foto aangetroffen van een papiertje met het opschrift:
“Trackitt Inloggegevens”,gedateerd 5 oktober 2019 en stralen de telefoon van verdachte en de GPS-tracker gelijktijdig dezelfde zendmasten aan. Dit sluit aan bij de verklaring van [getuige 1] dat verdachte de GPS-tracker heeft getest en toen (mogelijk) constateerde, zoals blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 4] , dat de GPS-tracker nog uit stond. Uit de gebruikersaccounts en de inhoud zoals foto’s, chats en documenten van de telefoon is op te maken dat het zeer aannemelijk is dat de telefoon in gebruik is geweest bij verdachte. Er is onder andere een gebruikersaccount aangetroffen onder de naam ‘ [bijnaam verdachte] ’. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn bijnaam is.
- die [slachtoffer 3] hebben meegenomen in een auto en;
- (vervolgens) die auto hebben laten stoppen (door de weg te blokkeren) en;
- (nadat die [slachtoffer 3] probeerde te vluchten) achter die [slachtoffer 3] zijn aangerend en;
- die [slachtoffer 3] (vervolgens) naar de grond hebben gewerkt en;
- die [slachtoffer 3] meerdere malen (met kracht)in het gezicht en elders op het lichaam hebben geschopt/getrapt en geslagen/gestompt en;
- die [slachtoffer 3] (vervolgens) door middel van duwen/slaan hebben gedwongen om in een (andere) auto plaats te nemen en;
- met die [slachtoffer 3] naar een woning zijn gereden alwaar hij binnen op een stoel moest gaan zitten en;
- die [slachtoffer 3] (vervolgens) meerdere malen met een scherp mes hebben geprikt in diens armen en benen en;
- opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 3] hebben gezegd dat hij, verdachte en zijn mededaders, diens broertje, ouders en kinderen iets aan zouden doen en;
- die [slachtoffer 3] (vervolgens) gedurende meerdere uren hebben bedreigd, vernederd en gefilmd en;
- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] hebben gezegd dat hij zich uit moest kleden en zich moest gaan douchen en;
- (nadat die [slachtoffer 3] had gedoucht en een korte broek en T-shirt had gekregen) (vervolgens) met die [slachtoffer 3] naar een bos zijn gereden en;
- (vervolgens) een vuurwapen met geluidsdemper op die [slachtoffer 3] hebben gericht en gericht gehouden en;
- tegen die [slachtoffer 3] hebben gezegd dat er al een graf voor hem was gegraven en dat zij hem dood zouden schieten en;
- tegen die [slachtoffer 3] hebben gezegd dat hij, verdachte en zijn mededaders, 30.000 euro van hem wilden hebben, waarna verdachte en zijn mededaders die [slachtoffer 3] (wederom) hebben meegenomen in een auto en hem (vervolgens) ergens hebben afgezet;
- aan [naam 1] de opdracht heeft gegeven om [slachtoffer 4] van het leven te beroven en;
- aan voornoemde [naam 1] daartoe een geldbedrag van 5000 euro heeft beloofd/in het vooruitzicht heeft gesteld en;
- aan voornoemde een automatisch wapen heeft gegeven/verstrekt en;
- door een of meer anderen een plaatsbepalend baken onder de auto van die [slachtoffer 4] heeft laten aanbrengen;
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde
Materiële schade
Immateriële schade
Hoofdelijkheid
€ 5.363,33. De rechtbank zal de vordering hoofdelijk toewijzen, nu verdachte mede aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde feit is toegebracht.
Kosten rechtsbijstand
€ 106.079,- ingediend. Tot twee keer toe is deze vordering aangepast. In de gewijzigde vorderingen is zelfs een aantal goederen (auto-onderdelen en een telefoon) uit de vordering gehaald en zijn de zorgkosten verminderd. Van het aanvankelijk gevorderde bedrag wijst de rechtbank minder dan de helft toe. De rechtbank ziet hierin aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
strafbaarheid feit
medeplegen van een poging tot moord;
diefstal voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
medeplegen van een poging om een ander door beloften en door het verschaffen van middelen te bewegen een moord te begaan;
medeplegen van een voorbereiding van moord;
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van verduistering;
gevangenisstrafvoor de duur van
19 (negentien) jaren;
hoofdelijke betalingaan de benadeelde partij
[slachtoffer 3](feit 2 primair) van een bedrag van
€ 5.363,33(zegge: vijfduizend driehonderddrieënzestig euro en drieëndertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2019, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
eigen proceskosten dragen;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit tot
hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlandenvan een bedrag van
€ 5.363,33(zegge: vijfduizend driehonderddrieënzestig euro en drieëndertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
61 dagenkan worden toegepast, één en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijst afde vordering van
€ 18.000,- (Keyless wave kast)en
€ 5.000,- immateriële schade;
[slachtoffer 3]voor het overige
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
beslag
teruggavevan het in beslag genomen goed aan verdachte, op de beslaglijst vermeld als:
AUDI
9 april 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 187-190):
4 november 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 383-385):
6 november 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 386-388):
12 december 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 8-10):
(…) In de aangifte is abusievelijk [straat 2] Zwolle vermeld. In Zwolle bestaat geen [straat 2] . (…)
[naam 7] van 14 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 23-29):
29 januari 2020, opgemaakt door [verbalisant] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 539-540):
6 augustus 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (vindplaats onderzoek Figuurzaag, pagina’s 247-257, digitaal verstrekt door de officier van justitie op 28 januari 2021):
18 november 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 1016-1018):