ECLI:NL:RBOVE:2021:2268

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2021
Publicatiedatum
7 juni 2021
Zaaknummer
08/290369-20
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring raadkamer rechtbank Overijssel inzake klaagschrift beslag personenauto

Het klaagschrift betreft een klacht over de verbeurdverklaring van een BMW personenauto en het uitblijven van teruggave daarvan, waarbij klager zich als eigenaar opstelt. De raadkamer heeft het klaagschrift behandeld op 26 mei 2021, waarbij klager niet aanwezig was maar wel vertegenwoordigd door zijn zoon, tevens belanghebbende.

De verbeurdverklaring van de auto was opgelegd als bijkomende straf in een vonnis van 9 maart 2021 tegen de zoon van klager. Tegen dit vonnis was op 10 maart 2021 hoger beroep ingesteld. Het klaagschrift van klager werd op 24 maart 2021 ingediend, dus na het instellen van het hoger beroep.

Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad is de raadkamer van mening dat zij niet langer bevoegd is het klaagschrift te behandelen zodra hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis waarin het beslag is gelegd. Daarom verklaart de raadkamer zich onbevoegd en draagt zij het klaagschrift over aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.

Uitkomst: De raadkamer verklaart zich onbevoegd en zendt het klaagschrift door naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08/290369-20
Klaagschriftnummer: RK 21/4188
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] ,
verder te noemen: klager.

1.Het verloop van de procedure

Het klaagschrift is op 26 maart 2021 op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het klaagschrift is ingediend door klager.
Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag op een personenauto van het merk BMW met kenteken [kenteken] . Er wordt -zakelijk weergegeven- geklaagd over de verbeurdverklaring van de personenauto die bij vonnis van 21 maart 2021 is uitgesproken en het uitblijven van een last tot teruggave daarvan. Klager stelt namelijk eigenaar te zijn van de personenauto.
Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 26 mei 2021. Bij de behandeling zijn gehoord: de officier van justitie mr. A.E. Postma en [belanghebbende] , de zoon van klager en overigens ook belanghebbende. Klager is behoorlijk opgeroepen, maar hij is niet in raadkamer verschenen. Aan de raadkamer is voorafgaand aan de zitting door de vrouw van klager telefonisch bericht dat klager vanwege privéomstandigheden niet in de gelegenheid is om vandaag in raadkamer te verschijnen.
De raadkamer heeft kennis genomen van:
  • het klaagschrift van klager en de daaraan gevoegde stukken;
  • de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de omstandigheden waaronder het beslag heeft plaatsgevonden en het standpunt van het Openbaar Ministerie met betrekking tot het al dan niet handhaven van het beslag, en het daaraan gevoegde vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel van 9 maart 2021 in de zaak van [belanghebbende] . In afwijking van de schriftelijke conclusie heeft de officier van justitie in raadkamer geconcludeerd dat de raadkamer van de rechtbank Overijssel onbevoegd is om kennis te nemen van het klaagschrift.

2.De bevoegdheid

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de raadkamer het volgende vast.
[belanghebbende] , de zoon van klager en overigens ook belanghebbende, is op 9 maart 2021 bij vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel veroordeeld. De rechtbank heeft toen de verbeurdverklaring van de personenauto, merk BMW, kenteken [kenteken] , als bijkomende straf opgelegd. Op 10 maart 2021 is de veroordeelde [belanghebbende] tegen het gewezen vonnis in hoger beroep gegaan. Vervolgens is het onderhavige klaagschrift van klager op 24 maart 2021 ter griffie van de rechtbank Overijssel ontvangen. Dit is dus nádat het hoger beroep was ingesteld tegen het vonnis in de strafzaak waarin op de personenauto op grond van 94 Sv beslag was gelegd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2014:148) volgt dat dit met zich meebrengt dat de raadkamer van de rechtbank Overijssel niet (langer) op grond van artikel 552a, derde lid, Sv bevoegd is tot afdoening van het klaagschrift.
De raadkamer is daarom van oordeel dat zij niet bevoegd is tot afdoening van het klaagschrift en dat het klaagschrift moet worden doorgezonden naar het in deze bevoegde recht, zijnde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

3.De beslissing

De raadkamer van de rechtbank Overijssel verklaart zich
onbevoegd tot de afdoening van het klaagschriften gelast dat de griffier het klaagschrift ter afdoening naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zendt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Taalman, rechter, in tegenwoordigheid van
N. Klunder, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2021.