Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
1.[gedaagde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiser is eigenaar van een pand waar hij drie appartementen wil realiseren. Voor de uitvoering van werkzaamheden aan de achterzijde van dit pand heeft hij toegang nodig tot het perceel van gedaagde. Eiser heeft vergunningen en stelt dat het gebruik van het perceel van gedaagde noodzakelijk en tijdelijk is, terwijl gedaagde weigert medewerking te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is aangetoond, mede vanwege dreigende waterschade en vertraging in de bouw die schade veroorzaakt. Gedaagde voert aan dat werkzaamheden met een kraan kunnen worden uitgevoerd en dat de aannemer zonder toestemming zijn terrein betrad en hem bedreigde, maar dit laatste is onvoldoende aannemelijk.
Op grond van artikel 5:56 BW Pro wordt gedaagde veroordeeld om eiser en diens aannemer toe te laten tot het perceel voor de duur van 8 tot en met 30 juni 2021. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval van niet-nakoming. De kosten van de procedure worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om eiser tijdelijk toegang tot zijn perceel te verlenen voor bouwactiviteiten, met dwangsom bij niet-nakoming.