Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende in [woonplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres vordert als enige erfgename van haar overleden broer terugbetaling van een geldlening die haar broer aan gedaagde had verstrekt. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij ook een lening aan de broer van eiseres heeft verstrekt en vordert verrekening van de bedragen.
De rechtbank stelt vast dat de lening van eiseres' broer aan gedaagde is erkend en dat gedaagde onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn tegenvordering. De vermeende lening van gedaagde aan de broer is niet ondertekend en wordt betwist, terwijl eiseres onweersproken heeft gesteld dat er geen reden was voor haar broer om geld te lenen.
De rechtbank wijst daarom de vordering van eiseres toe en de tegenvordering van gedaagde af wegens gebrek aan bewijs en verjaring. Tevens worden de proceskosten en wettelijke rente aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het restant van de geldlening met incassokosten en wettelijke rente; tegenvordering wordt afgewezen.