Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 juli 2019.
- de akte overlegging producties van [eiser] .
- de conclusie van antwoord.
- het tussenvonnis van 25 september 2019.
- de conclusie van repliek.
- de akte van depot van [eiser] .
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Toetsingskader
dat verhuur van het onderpand in sommige gevallen wordt toegestaan door de SNS bank’ en verder dat ‘
het voornaamste criterium is dat het een tijdelijke verhuur betreft’(zie hiervoor onder 2.9). Ook staat in de brief dat SNS bank hiervoor
geen algemene toestemmingkan verlenen. Reeds daaruit volgt dat deze brief niet als een algemene toestemming kan worden begrepen, zoals [eiser] bepleit. Ten aanzien van het vakantiehuisje wordt in de laatste alinea van de brief nog opgemerkt dat
niet iedere keer toestemming nodigzal zijn,
maar wel lijkt het nuttig iedere huurder een huurdercontract met verhuurperiode te laten tekenen. Deze alinea geeft dus informatie over de mogelijke verhuur van het vakantiehuisje, maar het gaat in de brief niet over expliciete toestemming daarvoor van SNS. Het gaat dus te ver om aan de brief toestemming van SNS te ontlenen voor verhuur van de woning en/of het vakantiehuisje.
€ 2.228,00(2 punten tarief IV liquidatietarief rechtbanken)
5.De beslissing
mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek op 2 juni 2021. [1]