Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
in artikel 1, eerste lid, onder aeen definitie van werkgever die - ook ten tijde van het ongeval - als volgt luidt:
artikel 1, tweede lid, onder a, vande Arbowet wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder werkgever mede verstaan, voor zover van belang,
artikel 3, eerste lid, van de Arbowetis een zorgplicht opgenomen die de werkgever verplicht een beleid te voeren, waarin de werkgever de arbeid zodanig organiseert dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.
artikel 8 van Pro de Arbowetis de inlichtingenplicht van de werkgever jegens de werknemers omtrent arbeidsmiddelen en beveiliging opgenomen, alsmede de plicht van de werkgever om toe te zien op het naleven van de in verband daarmee te geven instructies.
artikel 32 van Pro de Arbowetis bepaald dat het de werkgever verboden is handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.
artikel 3.16 van het Arbobesluitspecifiek uitgewerkt ten aanzien van valgevaar. Dit artikel luidt als volgt:
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;
geldboetevan
€ 50.000,-- (zegge: vijftigduizend euro);
[benadeelde 1]: van een bedrag van
€ 740,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2019;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 740,52,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2019 ten behoeve van de benadeelde;
[benadeelde 2]: van een bedrag van
€ 2.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,--,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 ten behoeve van de benadeelde;