Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[naam], te [woonplaats], en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerder,
het dagelijks bestuur van het Waterschap Vechtstromen,
Rechtbank Overijssel
Verzoekers hebben bij het college van gedeputeerde staten van Overijssel een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen voorgenomen bouwwerkzaamheden aan een droogzetvoorziening nabij de stuw bij Junne. Dit verzoek is op 7 april 2021 afgewezen, waarna verzoekers bezwaar maakten en tevens een voorlopige voorziening vroegen bij de voorzieningenrechter.
Tijdens de zitting op 17 juni 2021, waarbij ook andere aanhangige zaken over de omgevingsvergunning voor dezelfde droogzetvoorziening werden behandeld, is gebleken dat de werkzaamheden inmiddels stilliggen op grond van een eerdere uitspraak die de werkzaamheden schorst. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening om de bouw stil te leggen niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen onverwijlde spoed bestaat om het handhavingsbesluit te schorsen, mede omdat de werkzaamheden al stilgelegd zijn door een eerdere uitspraak in een aanverwante zaak. Het verzoek wordt daarom afgewezen, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit is afgewezen omdat de werkzaamheden reeds geschorst waren.