ECLI:NL:RBOVE:2021:2550
Rechtbank Overijssel
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens niet strijdige proceskostenvergoeding bij samenhangende administratieve beroepen
In deze zaak werd een beroep behandeld tegen een beschikking van de officier van justitie inzake administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De kantonrechter oordeelde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om toekenning van proceskosten af.
De kern van de beoordeling betrof de proceskostenvergoeding voor 20 samenhangende administratieve beroepen, die door dezelfde gemachtigde werden ingediend. De kantonrechter stelde vast dat de werkzaamheden nagenoeg identiek waren en dat de vergoeding van €393,75 voor deze 20 zaken een redelijke tegemoetkoming in de werkelijke kosten vormde.
De kantonrechter verwees naar het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en de nota van toelichting, waarin is aangegeven dat samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd om te voorkomen dat kostenvergoedingen onevenredig hoog worden. De kantonrechter concludeerde dat de proceskostenvergoeding niet in strijd is met het Bpb en dat het beroep daarom ongegrond is.
Er werd tevens overwogen dat de commerciële keuze van de gemachtigde om geen kosten aan cliënten in rekening te brengen bij ongegronde beroepen niet ten koste mag gaan van de overheid. Het beroep werd afgewezen en het verzoek om proceskostenvergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.