ECLI:NL:RBOVE:2021:2617
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom ter voorkoming van drugsdealactiviteiten in Deventer bevestigd
Eiser kreeg op 21 april 2020 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74a van de APV Deventer, gebaseerd op een drugsbericht van de politie waarin cocaïne in zijn woning en auto werd aangetroffen. Eiser voerde onder meer aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om een zienswijze in te dienen vanwege zijn detentie en coronamaatregelen, en betwistte de feiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn gemachtigde voldoende tijd en gelegenheid hadden om te reageren, ook al was eiser gedetineerd. De informatie waarop het besluit was gebaseerd, kwam uit betrouwbare politiebronnen. De last onder dwangsom was niet te verstrekkend en de hoogte van de dwangsom was proportioneel en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden en dat de last onder dwangsom rechtmatig was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last wordt gehandhaafd.