Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
[gedaagde] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres is sinds 18 maart 2019 in dienst van gedaagde als directiesecretaresse. Op 29 maart 2021 ontstond een conflict over de partnerkeuze van eiseres, waarna zij zich ziek meldde. Eiseres vordert loonbetaling vanaf 1 april 2021 op basis van 36 uur per week, terwijl gedaagde stelt dat het dienstverband 20 uur per week betrof.
De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat en dat gedaagde gehouden is tot loondoorbetaling bij ziekte. Over de omvang van het dienstverband verschillen partijen van mening, maar eiseres ontving in het halfjaar voorafgaand aan 29 maart 2021 steeds €1.300 netto per maand.
De rechter wijst als voorlopige voorziening toe dat gedaagde het bruto-equivalent van €1.300 netto moet betalen, met wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging van 25% in plaats van de maximale 50%, gezien onzekerheid over de bodemprocedure. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot doorbetaling van het bruto-equivalent van €1.300 netto loon bij ziekte vanaf 1 april 2021 met wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging van 25%.