ECLI:NL:RBOVE:2021:2688
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag moeder en omgangsregeling vader met dochter
In deze zaak verzocht de moeder om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toewijzing van eenhoofdig gezag over haar dochter. De vader stelde dat er sprake was van ouderverstoting en werkte niet mee aan het onderzoek van de raad voor de kinderbescherming. De rechtbank hield een mondelinge behandeling met gesloten deuren en nam kennis van het rapport van de raad.
De raad adviseerde het verzoek van de moeder toe te wijzen, omdat gezamenlijke gezagsuitoefening leidde tot vertraging en conflicten die het belang van de dochter schaadden. De vader ondermijnde de positie van de moeder en bemoeilijkte belangrijke beslissingen, zoals het aanvragen van een ID-kaart. De rechtbank volgde dit advies en wees het verzoek toe.
Ten aanzien van de omgangsregeling werd vastgesteld dat de dochter haar vader graag ziet, maar zich niet veilig voelt om alleen bij hem te slapen. Daarom werd een omgangsregeling van eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur vastgesteld. Voor het andere kind, dat niet de biologische dochter van de vader is, werd geen omgangsregeling toegewezen vanwege haar ernstige bezwaren en onveiligheidsgevoelens.
De rechtbank benadrukte dat de sleutel tot verbetering bij de vader ligt en dat ouders moeten zorgen voor betere communicatie in het belang van het kind. De beschikking werd tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere ouder draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De moeder krijgt eenhoofdig gezag over de dochter en de vader mag haar eens per twee weken op zaterdag zien.