Verzoeker is vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid ten tijde van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank oordeelt dat de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis niet onterecht waren, maar dat de penitentiaire inrichting niet de juiste plaats was gezien zijn psychische toestand.
Verzoeker vordert een schadevergoeding voor inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis, inkomensverlies en rechtsbijstandskosten. De rechtbank kent een forfaitaire vergoeding toe voor de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, maar wijst een hogere vergoeding en inkomensverlies af wegens gebrek aan uitzonderlijke omstandigheden en onvoldoende causaal verband.
Voor de rechtsbijstandskosten wordt de volledige gevraagde vergoeding toegekend, evenals een vergoeding voor het verzoekschrift en de zitting. De rechtbank wijst het overige verzoek af en beveelt betaling van de toegekende bedragen aan verzoeker.